Aan Herman van Rompuy
CAP-TV
Zoek op deze site
Main Menu
Debat over de nationale kwestie
op 2008/5/5 22:50:00 News by the same author

De aanslepende regeringsformatie en het dito Octopusoverleg, de pleidooien van Moureaux en Clerfayt om het Brussels Gewest uit te breiden, het manifest van de 17 linkse intellectuelen van de Gravenstengroep, etc... De communautaire kwestie blijft de politieke agenda domineren, en bijgevolg wordt de discussie ook binnen CAP gevoerd.

Leden van CAP uit de Vlaamse Rand stelden zich immers de vraag hoe hun Franstalige kameraden stonden tegen de communautaire poltiek van de gevestigde Franstalige politieke partijen. Aangezien er enkele leden van CAP tevens actief zijn binnen het links-flamingantische Meervoud, waren ook deze speciaal uitgenodigd op de discussienamiddag om hun visie op de problematiek te geven. Ook stuurde de jonge links-Vlaamse organisatie Vlaams-Socialistische Beweging iemand om deel te nemen aan het gesprek.

Spijtig genoeg hadden onze Franstalige partijleden die namiddag blijkbaar andere prioriteiten, zodat het een Nederlandstalig onderonsje bleef.

Maar dat belette de aanwezigen niet om een aantal voorstellen eens nader onder de loep te nemen. Zo organiseert CAP zelf taallessen voor anderstaligen. Een initiatief dat door alle aanwezigen uiteraard toegejuicht werd. Maar in hoeverre zoiets compatibel is met een voorstel voor tweetalige CAO's in de Westhoek (met z'n vele Franse werknemers), is maar zeer de vraag. Daarnaast was er de vraag of CAP moet pleiten voor het verplicht maken van Nederlandse lessen in Waalse scholen. Een vraag die meteen ook zijn weerklank heeft op de structuur van CAP als federale partij. Mag een federale partij (en dus met een Vlaams overwicht) zich inmengen in bevoegdheden die volledig bij de Franse Gemeenschap ligt? Indien ja, dan zou CAP de autonomie van de deelstaten niet langer ekennen, en dus het federalisme onderuit halen (en zodoende een unitaire partij worden, ipv een federale). Maar zo'n logica impliceert wel, dat CAP zich als federale partij over geen enkele gewestelijke of gemeenschapsmaterie zou kunnen uitspreken. Discussies die zonder enige twijfel nog een staartje dienen te krijgen.




De Vlaamse kwestie: revisited.

We zijn weer vertrokken voor een nieuwe staatshervorming. Het gevaar is groot dat bij de volgende regionale verkiezingen van juni 2009 het nationalisme hoogtij zal vieren, vooral dan in Vlaanderen, dat de ‘luie’ Walen de kop van jut worden. Dus hebben we geprobeerd een en ander eens op een rij te zetten. Daartoe hebben we gepoogd enkele begrippen te ordenen, begrippen zoals natie, natiestaat, volk. Eerst hebben we ons licht opgestoken bij de rechtse Franse denker Ernest Renan die leefde in de 19de eeuw in een welafgebakende homogene natiestaat om vervolgens terecht te komen bij de austromarxist Otto Bauer, die geconfronteerd werd met de Oostenrijkse Hongaarse dubbelmonarchie van voor WO I, een lappendeken van volkeren en talen. Dan hebben we een korte schets gemaakt van de Vlaamse beweging en de rol die enkele linkse figuren hebben gespeeld, om zo in het heden te belanden.

twee visies


Ernest Renan was een Frans christelijk denker tijdens de tweede helft van de 19de eeuw. Hij verzette zich tegen de Duitse filosofen als Fichte die de natie verbonden met het ras, taal en grondgebied. Er bleef dus geen ander criterium over dan: de bewuste keuze van de volkeren. Het nationaal beginsel zou dus verwijzen naar een soort erfenis (“gemeenschappelijk bezit van een rijk erfgoed aan herinneringen”), een wilsuiting die telkens weer opnieuw wordt vernieuwd (“het verlangen om samen te leven, de gedachte samen grootse dingen te hebben gedaan en nog te willen doen”). Zijn omschrijving van het begrip natie is vermaard gebleven als “het plebisciet van iedere dag” en resumeert voortreffelijk deze logica: de mens als vrije burger hoeft helemaal niet te behoren “tot een taal, een ras”. Volgens Renan is een natie dus een bevolking die haar door de geschiedenis gevormde eigenheid wil bewaren. Aldus krijgt het nationaal beginsel een historisch karakter en Renan voorziet een snel verval “binnen vijftig jaar zal het nationaal beginsel beginnen afsterven. De naties zijn niet eeuwig. Ze kenden een begin, ze zullen een einde kennen. Een Europese confederatie zal hen waarschijnlijk vervangen”. En Renan gaat verder “de mensheid indelen, scherp afgelijnd, in rassen kan enkel leiden tot oorlogen gericht op vernietiging, oorlogen, zoologisch van aard, en – sta me toe het te zeggen – analoog aan de oorlogen die de verschillende soorten knaagdieren onder elkaar voeren, op leven en dood.

Laten we het nu even hebben over twee nog andere begrippen die bij de natie kunnen aansluiten: de natiestaat en het volk.

Sinds de Franse Revolutie staat de natiestaat er symbool voor hoe een economische ruimte (de territoriale markt), een sociale ruimte en een ruimte voor de politieke soevereiniteit (juridisch en institutioneel) ideaal op elkaar inspelen. De staat nu, dringt binnen in verschillende gebieden van de samenleving en tevens in het bewustzijn van de individuen die deze samenleving uitmaken. In tegenstelling met de vormeloze massa “de niet weet wat ze wil” bestaat het volk dus door en in de staat. Eén volk, één staat, werd dus het perfecte basisprincipe van de moderne politieke gemeenschap. Doch, historisch gezien is dit eerder de geïdealiseerde uitzondering dan de regel. Sommige volkeren hebben nooit staten kunnen oprichten. Andere staten zijn van oudsher plurinationaal.

Doch ook het volk is net als de natie een figuur uit de 19de eeuw. Tijdens de Franse Revolutie symboliseert deze figuur het einde van de onderwerping en de toegang tot het universele burgerschap en dit geforceerd door een opstand. Echter dit beeld blijft niet zo onschuldig. Bloedige breekpunten verdelen de vroegere derde stand en moderne vormen van klassentegenstellingen zien het daglicht die in juni 1848 volop tot uitbarsting komen. Het volk is niet langer één en onverdeeld. De eerste socialisten worden niet langer aanzien als een groep zonderlingen maar worden vervolgd, verbannen of opgesloten. In Brussel grijpt Charles De Brouckère, die pas enkele maanden in de gemeenteraad zetelt de macht. Hij plaatst zich aan het hoofd van de politie en de toenmalige burgemeester wordt afgezet. Leopold I die de kroon ter beschikking had gesteld keert terug. De (verfranste) burgerij neemt openlijk het roer in handen en keert zich al even openlijk tegen het (Brabants) sprekende plebs.

De marxistische auteurs hebben omtrent het nationale vraagstuk een overvloed aan litteratuur voortgebracht. Over hun meningsverschillen heen echter zijn ze het eens om eveneens het moderne begrip van de natie te bestuderen vanuit een historisch standpunt. Sommigen echter, waaronder Friedrich Engels en Karl Marx zelf hebben ook heel wat lelijke dingen verkondigd over sommige volkeren. De klassiek marxisten stellen dat de krachtige opgang van het kapitaal de eenmaking van de markten combineert met een stroming die neigt tot politieke democratie, de veralgemeende uitbreiding van de opvoeding van het volk, en dit op massale schaal. In dit licht wordt de staat de uitvoerder van wat de natie vorm geeft, wordt het instrument van de territoriale afbakening, de organisator van een monetaire en juridische homogene ruimte, de bewerker van de linguïstieke eenheid. En aldus kon de burgerij zich als leidende klasse uitbouwen. Derhalve zullen we de nationale kwestie stellen vanuit een historisch standpunt en zullen de antwoorden op de ‘nationale kwestie’ variëren naargelang de concrete situatie gekneld tussen principes en omstandigheden.

Dit is een zeer moeilijke evenwichtsoefening en hier hebben Karl Marx en Friedrich Engels meer dan een uitschuiver gemaakt. Engels heeft een onderscheid gemaakt tussen “historische naties” en “volkeren zonder geschiedenis”. En toch brengt de historische relativiteit van het nationaliteitenprincipe hem tot conclusies die haaks staan op het nadrukkelijk gestelde beginselprincipe. Meegesleept en ontgoocheld door de mislukte revoluties van 1848 heeft Engels verschrikkelijke zaken geformuleerd aan het adres van de Slavische volkeren uit Oost en Midden Europa. Hij spreekt over “uitgommen, tot en met de naam” en “er komt een dag dat wij ons afgrijselijk zullen wreken op de Slaven, de verraders”. Het is juist dat in Europa, in de democratische Duitse en Hongaarse revoluties van 1848 – 51 de Slavische volkeren een heel reactionaire rol hebben gespeeld. Maar Engels besluit daaruit dat ze ertoe verdoemd zijn om deze rol telkenmale te herhalen. Marx op zijn beurt heeft de annexatie door de Verenigde Staten van Texas en Californië, ten nadele van die “luie Mexicanen” goedgepraat. Dit zou in overeenstemming geweest zijn met de belangen van de beschaving (hoewel de Amerikaanse kolonisten slavendrijvers waren en dat Mexico in 1829 de slavernij had afgeschaft!).

Wie het best de vuurproef van de geschiedenis heeft doorstaan lijkt de austromarxist Otto Bauer. Hij ontwikkelde een originele stelling en werd daarbij bekritiseerd vanuit symmetrisch tegengestelde standpunten.

Deze stelling hield verband met zijn ervaringen binnen een multinationale staat (de Oostenrijk Hongaarse dubbelmonarchie van voor WO I) en het heropflakkeren van de Joodse kwestie met de affaire Dreyfus. Hij vatte het begrip natie samen als: “het geheel van menselijke wezens die door een gezamenlijke bestemming een gezamenlijke eenheid verkregen”. De nationale eis zou dus niets anders zijn dan “het stuk van de geschiedenis dat ons heel nauw verbindt als natie”. Dit subjectieve begrip geeft echter geen antwoord op de vraag waar de grens ligt tussen een “gemeenschappelijke bestemming” van mensen die zichzelf zien als een natie, en beperkte assosciaties in de schoot van die natie. Staat en natie vormen niet noodzakelijk een rationeel koppel.

De natie is niet de enige denkbare vorm van een politieke gemeenschap. Wat meer is, het kapitalisme is in staat om “naties zonder geschiedenis” nieuw leven in te blazen, zonder dat er als dusdanig meer staatsgrenzen of vlaggen zouden gewenst zijn. Volgens Bauer lijkt de eis van de naties binnen “de Staat der nationaliteiten” tot “nationale autonomie” een beter constitutioneel programmapunt te zijn dat meer in het voordeel speelt van de arbeidersklasse, dan een eis tot afscheiding. De culturele autonomie (waarbij onderwijs, taal, culturele en collectieve rechten worden erkend) zal niet langer de natie omschrijven op basis van een grondgebied, maar als een eenvoudige associatie van personen “op basis van een vrije nationaliteitsverklaring” van mondige staatsburgers. Deze autonomie zou de eenmaking van de onderdrukte klassen in de hand werken, ze bood immers de mogelijkheid aan de verschillende nationaliteiten om zich zonder veel verplichtingen te assimileren.

In deze stellingen van Bauer heeft Lenin binnen de politieke context van de oorlog, een gesofistikeerde manier gezien om de kwestie van de ontmanteling van het Oostenrijks Hongaarse keizerrijk uit de weg te gaan. Zo kon Bauer het nationaliteitenprobleem als een collectief gegeven handig ontwijken zonder dat hij het diende op te lossen en dit in naam van een individuele verklaring welke nationaliteit men wenste en zo de centrale staatsmacht in handen laten van een dominerende Duitse minderheid. Hoewel deze opvattingen strategisch juist zijn onderschatte hij de toekomstgerichte visie van Bauer. Eenmaal dat het keizerrijk zou ontbonden zijn zat het gevaar erin dat er enerzijds kunstmatige regio’s zouden ontstaan, op administratieve basis geschapen, en anderzijds enclaves op basis van taal. Voor dit wespennest zag Bauer geen andere oplossing: de nationale rechten dienden los te staan van het territorium en dienden teruggedrongen naar de privé sfeer. Zijn vrees zou niet ongegrond blijken.

Het beginsel van de ‘oorsprong’ dient te worden geprivatiseerd op dezelfde manier als de vrijzinnige staat de religie heeft geprivatiseerd, door een onderscheid te maken tussen het privaat en het publiek domein. Het universele principe van het burgerschap op politiek vlak primeert op de discriminerende en selectieve codes die stellen tot welke nationaliteit men behoort. Zoals men vrij kiest of men naar een kerk, een synagoge, een tempel of een moskee gaat, zo kiest men vrij tot welke natie men wil behoren ongeacht taal, ras, afkomst of territorium.

Immers niet elke natie, elk volk kan of wil over een staat beschikken gebaseerd op een taal, een territorium, enz. Denken we maar aan het Joodse volk in het Polen van voor de Tweede Wereldoorlog waar het in sommige streken één derde van de bevolking uitmaakte en sommige steden zelfs de meerderheid. Vylnius (een stad die nu in de Oekraïne ligt) was hier het beste voorbeeld. Het was de ware hoofdstad van de Oost Europese Joden, niet Jeruzalem. Ook in Brussel beschikt één derde van de bevolking niet over de Belgische nationaliteit. Ze willen liever staatsburger blijven van hun land van oorsprong. Ze kunnen dan ook enkel stemmen voor gemeenteraadsverkiezingen.

Van het algemene naar het concrete: België.
een historische schets


In 1830 opteerden de stichters van België voor een Franse staat. De administratie werd Franstalig, evenals het leger en het onderwijs. De Vlaamse taal werd genegeerd. In feite deed men alsof die taal niet bestond. Vanaf het begin af plaatste de nieuwe staat zich onder de vleugels van de Franse cultuur. Hoewel de Belgische staat een van de belangrijkste actoren was lag die niet aan de basis van de verfransing van Vlaanderen. De verfransing was het resultaat van de sociale differentiatie binnen de Vlaamse gemeenschap zelf.

Binnen iedere gemeenschap vertonen de verschillende sociale klassen de neiging om zich af te bakenen door zaken te benadrukken die hen eigen zijn. Dit streven vinden we vooral terug bij de dominante bezittende klasse. In Vlaanderen heeft deze sociale differentiatie wel een heel bijzondere vorm gekregen. De dominerende klassen hebben het Frans als voertaal overgenomen. Het Vlaams bleef de streektaal van het volk. Een gelijkaardig verschijnsel deed zich voor in het grootste deel van Europa, van de 17de tot de 19de eeuw. Op het continent was het de taal van de bezittende klasse, hetzij als eerste taal, hetzij als cultuurtaal. Doch in Vlaanderen was het verschijnsel om historische redenen (Bourgondische dominantie, de Franse prinsen van Valois, de Franse bezetting onder de Franse revolutie en tijdens het keizerrijk) meer uitgesproken en werd blijvend van aard.

Doch het is niet zo dat het Frans van buiten uit was opgedrongen, tegen de wil van het volk. De Vlaamse leidende klasse, binnen de context waarin die leefde heeft geopteerd voor het Frans. Ze heeft ervoor gekozen, ze heeft zich niet verzet tegen de verfransing, ze heeft tevens de politiek van vernederlandsing verworpen gevoerd door Willem I onder het Hollandse bewind.

De staat, ontsproten uit de revolutie van 1830, was een burgerlijke staat, de staat van de kleine minderheid die Frans sprak, zowel te noorden als ten zuiden van de taalgrens. Op het eigenste ogenblik hebben ze zowel gekozen voor het Frans als voor het cijnskiesstelsel. De taal gesproken door de meerderheid van de Vlamingen werd genegeerd, zoals trouwens het Vlaamse volk zelf. Het Vlaamse vraagstuk was dus ten gronde een sociaal vraagstuk. De strijd van het Vlaamse volk voor zijn taal en cultuur sloot aan bij de universele strijd van de volkeren voor hun ontvoogding, een strijd eigen aan de hedendaagse geschiedenis. In dit opzicht was het wezenlijk een democratische strijd.

De lange strijd van de Vlamingen voor het respect voor hun taal heeft in de jaren 1930 tot 1935 geleid tot aanzienlijke overwinningen, het Vlaams is in België een officiële taal geworden, van dezelfde orde als het Frans. De Vlamingen genieten dezelfde rechten als de Franstaligen. De gelijkheid is volledig, zowel op gebied van administratie, als op gebied van onderwijs en justitie. De Gentse universiteit werd vervlaamst. Hoewel het op weg was om opgelost te worden is het probleem nooit helemaal verdwenen. Doch de Vlamingen zijn niet langer onderdrukt of vervolgd.

De Vlaamse kwestie was ten gronde een sociaal probleem. Geleid als ze was door mensen uit de middenklasse heeft de Vlaamse beweging altijd geweigerd deze dimensie te zien. Ze heeft eisen gesteld in juridische termen en louter luiguistische opties leiden al vlug tot uitsluiting van hen die een andere taal spreken, tot sektarisme en xenofobie. De economische macht bleef lange tijd in handen van een Franstalige minderheid. Een fractie van de Vlamingen, 5%, had een voertaal overgenomen die uit het vreemde kwam, het Frans. Zo ontstond er een kaste, gescheiden van de bevolking. Deze kaste had de belangrijkste delen van de economische en financiële middelen in handen. Nauw verbonden met de Brusselse en Waalse burgerij controleerde ze, samen met hen, de voornaamste bedrijven. Het sociaal aanzien dat deze minderheid genoot bij de rest van het Vlaamse volk bleef de voornaamste factor van verfransing. Dit aanzien steunde op economische voorrechten. Wilde men de sociale ladder beklimmen dan moest men Frans spreken.

En het ging van kwaad naar erger. Toen een kleine Vlaamse nationalistische partij het daglicht zag en in de eerste plaats een drukkingsgroep werd op de Vlaamse katholieke partij, scheurde die al vlug in twee stukken. Een deel werd meer en meer autoritair en racistisch en degenereerde volledig toen in Duitsland de nazi’s aan de macht kwamen en vervoegde het kamp van het internationaal fascisme. Een ander deel was pacifistisch, democratisch gebleven en ze gingen op in de rangen van de socialistische partij.

de rol van de linkse beweging: enkele kanttekeningen.

De nationale onderdrukking die hand in hand ging met de sociale uitbuiting zorgde ervoor dat de Vlaamse kwestie een heel explosieve kwestie werd. Als we het louter litteraire en culturele aspect van het ‘Vlaamse ontluiken’ buiten beschouwing laten dat kadert binnen het internationaal romantisme, was de Vlaamse beweging klaar en duidelijk democratisch, progressief en sociaal. Het waren de kleine lieden binnen het volk, onder leiding van kleinburgerlijk intellectuelen die zich verzetten tegen de dubbele onderdrukking die hen tot een ellendig bestaan veroordeelde. Kwam daarbij dat de hogere clerus deel uitmaakte van de verfranste burgerij en dat de katholieke partij in Vlaanderen een partij was van verfranste grootgrondbezitters en kasteelheren. Niets beschikte dat deze beweging afhankelijk zou worden van de clerus.

En toch, de symbiose is er gekomen tussen 1890 – 1914. De redenen ervoor zijn veelvoudig: de lagere clerus heeft een bocht genomen en heeft in de kleine steden en op het platteland de leiding genomen, de katholieke partij zelf is van gedaante veranderd, had sinds 1893 bredere structuren gekregen en nam de onmiddellijke verlangens op zich van deze gewone lieden die onder invloed van de Kerk gebleven waren, een berekend plan van de meest intelligente elementen van de burgerij die zelf naar het Vlaams overgingen. Doch wat hier de doorslag gaf om deze symbiose te verklaren was ongetwijfeld een fatale strategische fout vanwege de socialistische voormannen.

De BWP stond het sterkst in Wallonië waardoor het voor hen moeilijk was om zich te vereenzelvigen met de verzuchtingen van de Vlaamse nationale beweging. De Vlaamse leiders van dezelfde partij waakten erover dat ze de sympathie niet kwijt speelden van de kleinburgerlijke kiezers te Brussel en in Wallonië die weinig sympathie hadden voor de pogingen van de Vlaamse beweging om voor hun ‘patois’ een statuut te krijgen gelijk aan het ‘Frans, een wereldtaal’.

Maar vooral door het ontketend antiklerikalisme en de middens waaruit de meeste socialistische leiders waren gerekruteerd richtten ze zich op een alliantie met de liberale Franstalige burgerij, tegen ‘dertig jaar klerikale overheersing’. Daardoor keerden ze wetens en willens de rug naar de Vlaamse nationale, culturele en taalverzuchtingen. Dit onder voorwendsel dat de sociale en politieke eisen ‘voorrang’ hadden. De ironie van de geschiedenis wil nu dat vooral door de nadruk te leggen op de Vlaamse nationale en taaleisen de katholieke partij erin slaagde om in weinig tijd een syndicale beweging op te bouwen in Vlaanderen die sterker werd dan de socialistische.

Doch toch zijn er linkse krachten geweest die oog hebben gehad voor de Vlaamse kwestie, sommigen bleven gemarginaliseerd zoals Jef Van Extergem binnen de KP, anderen hadden een Vlaams gezinde achtergrond zoals August Vermeylen of kwamen uit het activisme van tijdens WOI. Dan was er Camille Huysmans in Antwerpen en nog anderen. Echter, allen sloten zich aan bij een opvatting over het nationale vraagstuk dat in het verlengde lag van het standpunt van de Amerikaanse president Woodrow Wilson en allen waren de Conferentie van Zimmerwald vijandig gezind. In Zimmerwald waren bij het begin van de Eerste Wereldoorlog linkse socialisten bijeen gekomen die een onmiddellijk stopzetten van de slachtpartij eisten, onder hen waren Lenin, Rosa Luxemburg, Trotsky, enz… Na de Russische revolutie en de Amerikaanse interventie in de oorlog stelde Wilson zijn ’12 punten programma’ voor dat er onder andere in voorzag dat na het verdwijnen van de Oostenrijks Hongaarse dubbelmonarchie elk volk zijn eigen staat kon krijgen. Dit was gebaseerd op taal, religie, territorium. De sociaal democratie sloot zich al te graag hierbij aan, ware het maar uit vijandschap voor de Russische Revolutie, dus ook Camille Huysmans (die als secretaris van de IIde Internationale tijdens de oorlog de Conferentie van Stockholm had bijeen geroepen om Zimmerwald de wind uit de zeilen te nemen). August Vermeylen werd eerste rector van de ‘vervlaamste’ universiteit van Gent en pas lid van de BWP nadat hij was verkozen tot gecoöpteerd senator.

Het voornaamste wapen van de Vlaamse beweging zou dus de taalstrijd blijven. De taalgrens werd vastgelegd, er werden taalwetten gestemd, draconisch van aard. Het gevecht gingen zich vooral rond Brussel toespitsen.

van 1960 tot de laatste staatshervorming

Vreemd genoeg kwam de eis tot federalisme uit de hoek van de Waalse linkerzijde. Na de algemene staking van ’60 – ’61 tegen de ‘eenheidswet’ was de Luikse vakbondsleider André Renard tot de conclusie gekomen dat er enkel structuurhervormingen zouden komen met een linkse meerderheid in Wallonië. Dit kon enkel gebeuren zo België werd gefederaliseerd. Daartoe stichtte hij in 1961 de Mouvement Populaire Wallon (MPW).

Ondertussen was er in het Belgische economische landschap iets grondigs veranderd. Tot in de jaren ’50 situeerde de economische expansie en de industriële groei zich in Wallonië. Het belang van de steenkool verminderde echter en de metaalindustrie (Sidmar) vestigt zich daar waar de grondstoffen aankomen, in de havens, en de havens liggen in Vlaanderen. Samen met de industrialisatie van Vlaanderen ontwikkelt er zich een Vlaamse burgerij die ook meer politiek gewicht krijgt in het unitaire België (Théo Lefèvre, de ‘salons van de Kredietbank’). Na het fascistisch debacle van tijdens WO II krijgt de Vlaamse beweging weer moed. De spits wordt afgebeten door de Volksunie en de invloed wordt groter binnen de toenmalige CVP. Komt daarbij dat de Vlaamse bevolking sneller groeit dan de Franstalige. Waar het evenwicht vroeger in stand werd gehouden door de verfransing van Brussel loopt dit stilaan ten einde. In Wallonië en Brussel wordt gevreesd voor een minderheidspositie binnen de unitaire staat. De eis tot gewestvorming krijgt de wind in de zeilen.

Er staan twee standpunten recht tegenover elkaar: de territoriale en de linguistsiche. De Vlamingen gaan uit van het grondgebied waarbij Vlaanderen op een aantal gebieden homogeen Vlaams moet zijn. De Franstaligen staan voor het beginsel van de taal daar ze enkele Franstalige minderheden in Vlaanderen willen beschermen. De staatshervormingen worden een compromis tussen beide standpunten.

Na veel gehakketak komt er een reeks van 5 staatshervormingen (1970, 1980, 1988, 1993, 2001). België wordt een federale staat met drie gemeenschappen en drie gewesten. De regio Brussel – Hoofdstad werd in 1963 beperkt tot 19 gemeenten toen de taalgrens werd vastgelegd. Men baseerde zich hier op een talentelling uitgevoerd in 1947. Dit alles gebeurde boven het hoofd van de gewone mensen.

Wallonië en Vlaanderen werden ééntalige regio’s. Dit territoriaal federalisme is eigenlijk gebaseerd op het standpunt dat er een gebied wordt afgebakend dat beheerd wordt door een deelstaat. Het sluit nauw aan bij de traditionele opvatting (zie Wilson) dat elke natie haar eigen grondgebied heeft. In regio’s echter waar de bevolking gemengd is, zoals in Brussel, ware het misschien beter een federalisme toe te passen waarbij elke bevolkingsgroep haar eigen linguïstieke instellingen heeft of waar er resoluut geopteerd wordt voor een doorgedreven tweetaligheid.

2008: weer eens een staatshervorming

Nu staats er terug een staatshervorming op stapel. De vraag is in hoeverre dat nog iets te maken heeft met de emancipatiebeweging van de volkeren. Twee inhalige burgerijen proberen een staat te gebruiken om hun winsten veilig te stellen evenals hun concurrentiepositie op de buitenlandse markten. Besparen in de sociale zekerheid (patronale bijdragen) is het ordewoord, of die nu gesplitst is of niet. Handig gebruik makend van rancunes die stammen uit een duistere periode van de geschiedenis toen het Vlaamse volk nog werd onderdrukt en de Vlaamse beweging de kwestie langs een juridisch linguïstische weg heeft proberen op te lossen werd een ranzige xenofobe sfeer geschapen. Op basis van ras, taal en volk werd het territorium van een toekomstige Vlaams staat afgebakend waarop vorige eeuw vreemdelingenhaat welig kon tieren en waar voor een sociale ontvoogding zeker geen plaats was. Integendeel, er werd ruimte geschapen voor een vanzelfsprekende neoliberale politiek waarbij ‘onze’ bedrijven, ‘onze’ winsten primeerden. De verandering en veelkleurigheid van de bevolking zou in een handomdraai en met dwang opgevangen worden, assimileren was de boodschap, voor verscheidenheid was geen plaats meer, zeker niet in de publieke sfeer. De toekomstige Vlaamse staat zou homogeen zijn, de Vlaamse taal de enige. Maar ondertussen werd de wereld steeds maar meer één. Supranationale instellingen bieden zich aan (EU), knagen aan de bevoegdheden van de natiestaten die vrolijk hun taken privatiseren, zonder dat ze worden verdrongen, verre van en dat alles voltrekt zich verre van democratisch. De concensus van Washington, Maastricht, Lissabon zetten de krijtlijnen uit van het neoliberale wereldbestuur? De UNO veiligheidsraad met zijn vetorecht wordt de wereldregering van Kant?

Echter, wat lager bij de grond gebeurt er nog iets anders. De bevolking is meer en meer gemengd geworden. Meer dan de helft van de Brusselaars is niet van Belgische oorsprong, één op drie heeft ook niet de Belgische nationaliteit. Voor hen moeten onze taalperikelen wel van een andere planeet lijken te komen. Ook de bedrijven en vooral de industrie worden meertalig. Heeft het vasthouden aan een stringente wetgeving hier nog zin, is het nog praktisch, is het nog democratisch? Als in een firma meer dan de helft van de arbeiders Frans spreken, in Frankrijk woont, blijft de wettelijke officiële taal het Nederlands (arbeidsreglement, loonfiche, verslagen Ondernemingsraad, …). Om een sociale woning te betrekken moet men ergens kunnen bewijzen dat men Nederlands verstaat. Trouwens behoort dit alles wel tot de publieke sfeer en zo ja tot hoever?

Het wordt een uitdaging voor radicaal links om deze discussie uit de taboesfeer te halen. Om te strijden voor een wettelijk kader waarbinnen een multiculturele maatschappij kan gedijen en functioneren zonder dat er minderheden – hoe klein ook – worden onderdrukt, een maatschappij gebaseerd op solidariteit en vertrouwen, wat echter al heel vlug zal botsen op de limieten van het neoliberalisme, zeker zoals ze dit zullen vertalen binnen een min of meer autonoom Vlaanderen. Niet de staatsvorm telt, wel de inhoud.

Valeer Vantyghem





Inleiding en voorstelling Meervoud

Meervoud is een links een Vlaams-nationaal maandblad. Voor ons is nationale emancipatie en emancipatie van de arbeidersklasse onlosmakelijk met elkaar verbonden. We betreuren dat hetgeen in het buitenland evident is, hier als onverzoenlijk wordt aanzien. Denken we maar aan de partijen Batasuna, ANV of EHAK in Baskanland, aan Sinn Fein in Ierland, aan SNP of SSP in Schotland, of aan ERC in Catalonië. Maar ook aan onze vrienden uit het zuiden, waar de FGTB steeds dominant is geweest binnen de Waalse beweging.

Het feit dat de Vlaamse beweging vandaag door rechts gedomineerd wordt, is historisch verklaarbaar, maar is nefast voor beide bewegingen (arbeiders- en Vlaamse beweging). Een groot deel van de linkerzijde verzet zich immers nu blindelings tegen alles wat Vlaams klinkt. Ze gaat daarbij hoogst uitzonderlijke allianties aan: de “progressieve” culturele elite wentelt zich in Belgisch-nationalisme en Luc De Vos de lof zingen voor vorst, voor vrijheid en voor recht. Het is evident dat links haar geloofwaardigheid verliest, als zij ineens steun gaat betuigen aan de koning (Elio Di Rupo, om er maar één te noemen). Deze hypocriete houding van traditioneel links is één van de voornaamste oorzaken voor de opkomst van extreem-rechts in Vlaanderen. En dat terwijl de Vlaamse emancipatiestrijd op zich gezien een links strijd is, of zou moeten zijn.

Essentieel binnen de analyse van Meervoud, is het feit dat België een burgerlijke staat is, opgericht in 1830 met als enige doel het dienen van de Belgische patronale belangen: eerste de locale textiel- en staalbaronnen, later het holdingkapitalisme, vandaag de Europese multinationals. De nationale kwestie in België reduceren tot een botsing tussen Vlamingen en Walen, is de waarheid geweld aandoen. Wallonië is immers een zo mogelijk nog groter slachtoffer van de Belgische staat (ook wel de Brusselse elite genaamd), dan Vlaanderen. Sinds de jaren '60 boerde de Waalse zware industrie immers achteruit, en het Belgisch regime had geen enkele interesse om de Waalse economie te moderniseren. Zij hebben Wallonië laten creperen, en nadien haar economie verkocht aan de meest biedende Europese mltinational. Het is dan ook evident dat de Waalse kritiek vooral uit syndicale hoek kwam: het renardisme. Het is hierbij vermeldenswaardig dat er op de Vlaame Mars in 1963 (in Antwerpen) tevens een renardistische delegatie aanwezig was: Vlamingen en Walen, samen voor federalisme.

Wat is nu een staat? “Een staat is een politiek instrument in handen van haar heersende klasse.” In het geval van België is die heersende klasse, de kapitalistische klasse. Daar binnen de burgerij in België de Franse taal steeds dominant geweest is, is België een door-en-door Franstalige staat. De verfransing en de kapitalistische hegemonie zijn twee facetten van hetzelfde.
Dat valt ook duidelijk te zien aan het feit dat op plaatsen waar de burgerij dominanter aanwezig was, de verfransing verder doorgezet is:
Vooreerst in Wallonië (waar men in 1830 nog vooral Waals en Picardisch sprak) waar de industrialisering zorgde voor de verfransing; Brussel dat het administratieve en politeke centrum van België werd; in mindere mate (en sinds enkele decenia sterk verminderd), de Vlaamse steden Gent, Leuven en Antwerpen. In toenemende mate is daar de Vlaamse Rand bijgekomen, als 'slaapgemeenten' voor de gegoede Franstalige burgerij en eurocraten uit Brussel.

Enkele vragen die wij als CAP ons moeten stellen is: delen de beide taalgroepen binnen CAP nog dezelfde visie op de staat België? Het idee van een Franstalig gedomineerd België wordt vandaag niet langer aanvaard in Vlaanderen. Maar veel Franstaligen houden wel nog krampachtig vast aan die visie op België (en dat is ook de visie die partijen zoals MR-FDF, PS en Cdh nog steeds verkondigen). Hoe reageren de Franstalige CAP-leden op de Franstalige burgerij in de Vlaamse Rand? Een burgerij die nog steeds gelooft in het idee dat de Franse cultuur verheven is boven het Nederlands. Maar zij zullen ook nooit praten over “het Nederlands”. Neen, zij praten over “het Vlaams”, als een groep dialectjes dat gesproken wordt door die rare snuiters uit het noorden van het land, en dat enkel verstaanbaar is in het eigen dorp. Wat doen wij met zotternijen zoals het pleiten voor een federale kieskring? Hoe geloofwaardig is een pleidooi voor een eengemaakt België nog, als men het zelfs nog niet eens geraak over waar dat België zou moeten voor staan? En hoe geloofwaardig is die Belgische eenheid als men het taalgebied van de ander niet of nauwelijks respecteert?

Johan De Nys
CAP-Aalst




Brief vanuit de Brusselse Rand

In hoeveel Waalse gemeenten met faciliteiten voor Vlamingen zijn er verkozenen via Vlaamse politieke groeperingen die in de gemeenteraad een politiek mandaat hebben? Wel, het antwoord is eenvoudig, vrijwel geen enkele.

Hetzelfde wat betreft de Duitstaligen in België, die geen enkel politiek gemeentelijk mandaat hebben in de Waalse gemeenten via verkiezingen.

Dus hier blijkt duidelijk dat de Nederlandstaligen-Vlamingen en de Duitstaligen de faciliteiten niet misbruiken om hun cultuureigenheid op te dringen aan de Waalse bevolking.

Kameraden, en wat zien we in Vlaams-Brabant en in Voeren? In Vlaamse gemeenten met faciliteiten grenzend aan het gewest Brussel hebben zo maar eventjes 4 van de 6 faciliteitengemeenten verkozenen via verkiezingen; Franstaligen die verkozen zijn door de Franstalige ingeweken kiezers via 100% Franstalige politieke lijsten bij verkiezingen, hebben de meerderheid in de betrokken gemeenten.
Dus hier kan men gerust zeggen dat Franstaligen resoluut de weg opgaan van een cultureel imperialisme, en zich niet willen aanpassen in het gewest, dat nl. het Vlaams Gewest is.
Desondanks dat een serieus percentage Nederlands spreekt, hetzij een minimum aan basis-Nederlands of zelfs in de richting van een degelijke tweede taal het Nederlands te kennen.

In heel wat gemeenten grenzend aan het Brussels Gewest zonder faciliteiten halen de Franstalige partijen 15 tot 30% van de stemmen, dus deze Franstalige inwijkelingen in gemeenten zonder enige faciliteiten voor Franstaligen stemmen massaal op een gemeenschappelijke lijst, gemakkelijks halve noem ik maar Union Francophone, en dus bewijzen deze Franstalige inwijkelingen dat zij zich niet willen aanpassen en geen respect hebben voor het Vlaams Gewest; dat gaat van bedrijfsleider tot en met de gewone arbeider of bediende.

Nota bene, deze Franstalige landgenoten zijn uit vrijwillig keuze in het Vlaams Gewest komen wonen. Alleen al uit beleefdheid menselijk gesproken, alleen al uit respect voor de Vlaamse cultuur, denk ik wel te mogen vragen aan alle Franstalige CAP-leden dat zij dit cultuurimperialisme van vele Franstalige politieke partijen (MR-FDF, PS, Cdh) voor 100% willen verwerpen en er zich voor 100% tegen verzetten in de toekomst.
Het is niet 5 voor 12, maar 1 voor 12: Franstaligen, houd op met uw cultuurimperialisme dat U al voert -in het bijzonder in het arrondissement Halle-Vilvoorde- sinds 1932. Dus al 75 jaar.

Ik moet eerlijk zeggen, kameraden, het is een schande in de sociale politiek van het land België, want wanneer dit cultuurimperialisme van Franstaligen in het bijzonder het arrondissement Halle-Vilvoorde verder gaat in de toekomst, dan zal ook progressef en links Vlaanderen de solidariteit ook even in vraag stellen, betreffende Vlaamse solidariteit tot Waalse Gewest – Franse Gemeenschap.

Tot slot roep ik de Franstalige kameraden op: houd op met uw cultuurimperialisme en Vlaanderen en in eerste instantie in het arrondissement Halle-Vilvoorde.

Jean-Pierre Roosens
CAP-Brussel-Halle-Vilvoorde

Rating: 0.00 (0 votes) - Rate this News -
Printvriendelijke pagina Verstuur dit artikel per e-mail Creëer een PDF-versie van dit artikel
De reacties zijn eigendom van de posters. We zijn niet voor de inhoud verantwoordelijk.

Poster Onderwerp
lima
Gepost: 2008/4/27 10:15  Ge?ted: 2008/4/27 10:15
Regelmatige commentator
Lid sinds: 2007/12/2
Van:
Aantal posten: 29
 Re: Debat over de nationale kwestie
Beste J-D-N,

U zegt:

De Vlaams-nationale strijd draait om het ontmantelen van een racistisch regime.

Welk een racistisch regime is dat dan ? Het regime dat anderstalige kinderen op zijn speelpleinen wil verbieden ? Het regime dat uit alle macht een splitsing van de kinderbijslagen wil ? Een regime dat er niets mee inzit dat kinderen daadwerkelijk het kind van de rekening worden ?
Op de huidige dag is het zo dat België zijn welvaart in hoofdzaak te danken heeftt aan zijn voorbeeldig sociaal zekerheidsstelsel.
Dit stelsel zorgt er voor dat we op rust kunnen gaan op oudere leeftijd, dat we bij arbeidsongevallen en beroepsziekten niet aan ons lot worden overgelaten, dat we kinderen in België nooit als een last moeten beschouwen (zoals in vele arme landen) maar des te meer als een zegen dank zij onze kinderbijslagen, dat we bij ziekte en invaliditeit kunnen terugvallen op een zorgverzekering, bij werkloosheid bestaan er vervangingsuitkeringen en onze jaarlijkse vakantie is gegarandeerd.
Daarnaast staat de sociale zekerheid ook borg voor het bestaansminimum, de inkomensgarantie voor ouderen, de gewaarborgde gezinsbijslag en de uitkeringen aan gehandicapte personen.

Al deze sociale verwezenlijkingen samen voorkomen een ontmenselijking van onze samenleving waar de waarde van een mens enkel wordt afgemeten aan zijn economische bruikbaarheid en inzetbaarheid.
De sociale zekerheid voorkomt dat mensen worden gereduceerd tot gemakkelijk manipuleerbare objecten …tot wegwerpartikelen.

Op het gebied van de sociale zekerheid is het zo dat alle Belgen inderdaad gelijk zijn voor de wet en dat is maar goed ook want door te splitsen wat tot nog toe één geheel was worden de minst begunstigden automatisch tegen wil en dank uitgespeeld tegen de meest begunstigden met een neerwaartse spiraal tot gevolg op het gebied van onze sociale verworvenheden.
Wat we vandaag met z’n allen als een vanzelfsprekendheid zijn gaan beschouwen zou dat morgen nog allerminst zijn.
Al diegenen die dan nog de euvele moed zouden hebben om voorzieningen te eisen zoals deze die we vandaag kennen zouden zich er niet moeten over verbazen als het antwoord luidt “ U gelooft nog in sinterklaas zeker”.

De verzwakking, liberalisering en tenslotte de privatisering van de sociale zekerheid wordt zorgvuldig gepland, men wil ze doorvoeren via de bruistabletmethode, beetje bij beetje totdat er tenslotte niets meer van overblijft.
De ontmanteling van het gezamenlijk opgebouwde Belgische welzijnsmodel treft juist de zwaksten in onze maatschappij, het meest verwerpelijk daarbij is de splitsing van de kinderbijslagen.
Totaal onschuldige en vooralsnog als evenwaardig beschouwde kinderen worden zo in de toekomst meer/minderwaardig ten opzichte van elkaar naargelang de regio in België waar ze toevallig geboren worden.

Intussen laten de reeds lang beloofde verhogingen van de kinderbijslagen op zich wachten.

Poster Onderwerp
J-D-N
Gepost: 2008/5/5 22:01  Ge?ted: 2008/5/5 22:02
Voor een andere politiek!
Lid sinds: 2007/9/27
Van:
Aantal posten: 18
 Re: Debat over de nationale kwestie
U draait uw hand blijkbaar ook niet om voor een leugentje meer of minder. U weet immers evengoed als ik dat het Marino Keulen, Vlaams minister voor Binnenlandse Aangelegenheden is, die duidelijk gesteld heeft dat het niet kan dat anderstalige kinderen uit speelpleinen verstoten worden. Inderdaad, het is de door u zo gehate Vlaamse overheid die toeziet dat Franstalige kindjes niet gediscrimineerd worden in Vlaanderen.



En wat doet het door u zo geprezen Belgische regime op dat moment:
Generatiepact
privatisering Belgacom
uitverkoop Sebena
fiscale amnestie
IKEA-wet
privatisering De Post
liberalisering spoorverkeer
verhoging koninklijke dotatie
etc...
Als dat uw visie op socialisme is, awel merci...


En als u werkelijk gelooft dat we met onze miezerige Belgische pensioentjes rustig van onze oude dag zullen kunnen genieten, dan komt u niet veel buiten. En wat doet jouw teergeliefd België op zo'n moment? Denk je dat ze de pensioenen zouden verhogen? Neen, ze lanceren maatregelen om privé pensioensparen aan te moedigen!! Op het moment dat we aan de voet van de vergrijzingsgolf staan, gaat België ons zuurverdiend geld nog eens gaan versluizen naar private pensioenfondsen!
Ook de andere opgenoemde zaken (het bestaansminimum, de kinderbijslag, etc...) zijn ook voor vele mensen niet veel soeps.

Maar dat kan u allemaal geen zier schelen waarschijnlijk. Zolang de parasitaire klasse in België (en dan bedoel ik de Lippensen en de Davignons) stevig in het zadel zitten, bent u best tevreden.

Poster Onderwerp
janb
Gepost: 2008/5/5 22:44  Ge?ted: 2008/5/5 22:44
CAP rules!
Lid sinds: 2007/3/14
Van:
Aantal posten: 291
 Re: Debat over de nationale kwestie
In vind het echt bizar hoe die gasten van Meervoud redeneren. Heb je kritiek op de regionalisering en kom je op voor het federale karakter van de sociale zekerheid, dan word je door deze 'links'-nationalisten meteen in het kamp van de Belgische bourgeoisie gezet? Lijkt me niet echt de meest doordachte houding.

Kunnen die gasten van Meervoud dan eens helder uitleggen dat er in een onafhankelijk Vlaanderen wel een sterke sociale zekerheid en een sterk uitgebouwd pensioenstelsel zal zijn? Welke garanties hebben jullie?

Mijn vrees is eerder dat een onafhankelijk Vlaanderen nog veel rechtser uit de hoek zal komen.

Poster Onderwerp
lima
Gepost: 2008/5/7 13:36  Ge?ted: 2008/5/7 13:36
Regelmatige commentator
Lid sinds: 2007/12/2
Van:
Aantal posten: 29
 Re: Debat over de nationale kwestie
Goeiedag J-D-N,

Welvaart gaat wat mij betreft juist over het welzijn van de mensen. Voor centennationalisten is welvaart vooral het financieel vermogen van staten.
Hun definitie is er één van hoe meer geld wij hebben hoe meer welvaart wij hebben.

Ongerechtvaardigde transfers dienen mijn inziens ook aangepakt te worden maar niet door de solidariteitsbanden op te blazen (onrechtvaardig is bvb als het geld verdwijnt in de zakken van diegenen die niet de rechthebbenden zijn).

Door splitsingen door te voeren in de sociale zekerheid en dus de herverdeling van de middelen op regionaal niveau te regelen zou Vlaanderen dus inderdaad meer geld hebben om te spenderen op haar eigen etno-perceeltje.
In Wallonië echter zal men bijgevolg veel minder geld hebben om te spenderen op haar respectievelijk etno-perceeltje.
Gevolg - de bijstand aan mensen die het nu al moeilijk hebben om de eindjes aan elkaar te knopen zal daar schrikbarend afnemen, zieken zouden niet meer of in minieme mate kunnen genieten van remgelden op geneesmiddelen, kinderbijslag zou wegsmelten - Waalse kindjes zouden dus minderwaardige mensjes worden (tot nu toe kunnen ze als evenwaardig beschouwd worden want ze genieten beiden van éénzelfde sociaal zekerheidsstelsel).
Ouderen, zelfs al hebben ze heel hun leven gewerkt zouden hoofdzakelijk zelf maar moeten zien rond te komen.

Maar er is toch altijd nog de Europese solidariteit zo hoor ik mensen van Vlaams nationalistische zijde altijd opnieuw beweren - Die minimum loon en arbeidsvoorwaarden en regelingen qua sociale zekerheid stellen in vergelijking met de Belgische niets voor en dat is meteen ook de reden waarom zoveel polen toch naar België komen afgezakt.(zelf Fransen komen tot diep in België werken voor de fiscale voordelen dat dit hen oplevert).
Ondanks de grote afstand is het toch nog altijd interessanter voor die mensen om hier aan Europese legale minimumvoorwaarden te komen werken, enige vorm van welzijn kan ik daar niet in ontdekken.
Geen enkele Belg zou onder die voorwaarden (binnen de huidige dag)ook maar een voet verzetten.
De situatie zou echter bij een regionalisering van de sociale zekerheid drastisch anders zijn.
Misschien weet U het niet maar Henegouwen is economisch in die mate een mager beestje dat het zelfs tot de magerste van Europa behoort.
Met door Wallonië alleen voor zijn eigen sociale zekerheid te laten opdraaien hebben we dus ons eigen Polen in onze achtertuin als het ware.

Ik moet er hier geen tekeningetje bij maken zeker wat dat voor gevolgen zou sorteren voor de Vlaamse arbeidsmarkt als er plots een overvloed aan werkwilligen aan absolute minimum loontjes de deuren van de Vlaamse werkgevers plat zou beginnen lopen om toch maar een inkomentje te verwerven (al is het dan nog zo onbetekenend).
De uitgespaarde gelden uit de transfers zouden het eerste jaar inderdaad voorhanden zijn, 10 miljard zeggen ultra liberale scherpslijpers anderen berekeningen komen met heel andere en lagere cijfers voor de dag. Maar het (Vlaamse) volk zal vooral die hoogste cijfers die ook steeds door het VB (1 miljoen kiezers) en het NVA (geloofwaardig geworden door het kartel met CD&V) onthouden en zal zijn 10 miljard opeisen.
Hoeveel het ook moge zijn ik hoop dat men er goed gebruik van zou maken want het daaropvolgende boekjaar zouden er door de massale loonsverlagingen immers ook heel wat minder inkomsten uit belastingen op die lonen voor de staat voorhanden zijn.

En zo zijn we dan tenslotte op weg naar de alomgekende privatiseringen in de welzijnssector.
Een economie op Amerikaanse leest, de natte droom van de Ultra liberalen die in Vlaanderen een mooi parcours kunnen voorleggen.

En dat terwijl het Amerikaanse voorbeeld recht op zijn eigen faillissement afstevent zoals de dagelijks nieuwsberichten aantonen.

Poster Onderwerp
Raf
Gepost: 2008/4/21 20:19  Ge?ted: 2008/4/21 20:19
CAP rules!
Lid sinds: 2007/3/7
Van:
Aantal posten: 635
 Antwoord van Jean Roossens
Reacties van Franstalige en Nederlandstalige CAP-leden omtrent cultuurimperialisme in de Vlaamse rand rond Brussel.


Verschillende malen kwamen Nederlandstalige en Franstalige CAP-leden samen om te discussiëren omtrent de communautaire kwestie in België. Tevens via internet en e-post werd het debat verder gezet. Voor de CAP-leden die de discussie niet gevolgd hebben, en voor de andere geïnteresseerden, vindt u hierbij een aantal reacties van Nederlandstalige en Franstalige CAP-leden.



aan Frans Leens,

Analoog met de traditionele Franstalige partijen, geloven bepaalde Franstalige CAP-leden dat het communautaire probleem in België van tafel kan geschoven worden, eenvoudigweg door te weigeren te praten:
“Je ne veux pas discuter de “Cultuur-imperialisme” ou du bien fondé de plus de régionalisation. Je n´ai pas d´autres idées que celles que j´ai déjà exposées lors du premier entretien à la gare de Halle. Par contre je reste prêt à discuter n'import où de ce qui va renforcer la protection sociale, améliorer le bien-être ou d´un système économique plus efficace pour tous.”
Kameraad Frans Leens uit Ukkel geeft hierdoor blijk van dezelfde pretentie en hetzelfde meerderwaardigheidsgevoel dat vele Fransatligen tonen tegenover de Vlaamse en Duitstalige Belgen.
“Revendication linguistique : Après une longue lutte du mouvement flamand, la Belgique a reconnu le néerlandais comme langue nationale et a même défini des zones d´utilisation officielle de chaque langue.”
Inderdaad, Franstalige CAP-kameraad, wat u schrijft klopt met de werkelijkheid. Daarom dat ik mij de vraag stel waarom u en vele Franstalige inwoners van België deze taalgrenzen, die wettelijk vastgelegd zijn in België (des zones d´utilisation officielle de chaque langue), niet willen respecteren.
Dezelfde feiten worden door u even later echter toegeschreven aan een minderwaardigheidscomplex:
“De plus, si certains ont ce sentiment du côté flamand, ils ne veulent pas voir la position forte du néerlandais et des Néerlandophones en Belgique. S´il y a un sentiment d´infériorité à ce niveau, il faut se poser la question de savoir si les extrémistes nationalistes n´entretiennent pas une frustration dans le domaine culturel pour pousser leur agenda.”
Met deze uitleg moet ik even lachen. Maar wanneer de Franstaligen in België in de Rand rond Brussel (arrondissement Halle-Vilvoorde) en in Voeren zich steeds asociaal, arrogant en met een meerderwaardigheidsgevoel gedragen tegenover de Nederlandstaligen (die nota bene in hun eigen gewest wonen), louter omdat ze van huis uit Franstalig zijn, gedragen deze Franstaligen zich als “cultuurimperialisten” en kweken op die manier de politieke voedingsbodem voor het Vlaams-nationalisme. Ca c'est la réalité, camerade Francophone!
Diezelfde arrogantie die we ook bij u als CAP-lid terugvinden.
“Le français pour l´élite - un patois local pour tous les autres : A début de la Belgique, la majorité de la population parlait un patois local très différent du français, tant du côté wallon, flamand ou à Bruxelles. La bourgeoisie dans tout le pays était plutôt francophone.
Une langue pour construire la nation et faciliter la communication : Faire le choix d´une langue nationale était dans l´air du temps et comme le français était la langue de l´élite, cette élite a imposé sa langue.”
Met andere woorden, u stelt hier dat het “Vlaams” in 1830 slechts een “patois local” was. Vergeet u dan niet dat het Nederlands (wij praten Nederlands, mijnheer Leens, en geen “le flamand”), ten tijde van de Verenigde Nederlanden een perfect gestandaardiseerde taal was die gebruikt werd voor administratie en onderwijs? U neemt hier schaamteloos taalracistische bewoordingen van FDF'ers over die stellen dat de Vlamingen maar een lokaal dialectje zouden spreken.
Gebeurde de hele administratie in Nederland in 1830 dan in “un patois local”?



aan Serge Katz,

Er moeten mij enkele vragen van het hart. U stelt:
“Au mieux, un Francophone peut reconnaître l’impérialisme francophone dans la périphérie bruxelloise. Mais il percevra également et par ailleurs un impérialisme flamand.”
Ik zou u willen vragen waar dat Vlaams cultuurimperialisme zich zou voordoen in Wallonië. Bij mijn weten is het zo, tot op dit moment anno 2008, dat de Nederlandstaligen en Duitstaligen geen taalfaciliteiten misbruiken om een cultuurimperialistische politiek te voeren. Dit in tegenstelling tot de Franstalige inwijkelingen in het arrondissement Halle-Vilvoorde. Dit wordt partijpolitiek weergegeven door de verkiezingsresultaten van MR-FDF, PS (Parti Socialiste) en CDh. Daar waar Nederlandstaligen in Wallonië zich inschrijven binnen de Franstalige politieke partijen.
“A mon sens, ni le principe de territorialité ni le principe de personnalité ne sont compatibles avec le socialisme.”
Dan vraag ik u om de gewesten en haar grenzen te respecteren zoals de Vlamingen en de Duitstaligen doen, volgens de geest van de Belgische grondwet. Dit weigeren vandaag nog vele Franstaligen als het gaat over het Vlaams Gewest.
Het is bijzonder vreemd dat Franstalige Belgen op de eerste rij staan om België tot het hunne te maken, maar tegelijk de Belgische grondwet met de voeten treden. Van enige geloofwaradigheid gesproken, camerade Katz!
“Car qu’est-ce qu’une langue ? Un système symbolique constitué par un rapport de force social, autrement dit avant tout un instrument de domination. Je parle ici de toutes les langues, non seulement du français...”
Inderdaad, een taal is een middel om u uit te drukken. Maar, kameraad, wanneer u de Franse taal gebruikt om u als inwijkeling te distantiëren van de Vlaamse bevolking, en te gebruiken als asociaal en pretentieus middel in het Vlaams Gewest, is dit meer dan louter deze taal spreken. Dan geeft dit blijk van een meerderwaardigheidsgevoel en een pretentie tegenover de oorspronkelijke bevolking, wonende in het Vlaams Gewest. Dat is de harde realiteit, kameraad Katz.



aan Raf Verbeke

U schrijft het volgende:
“Zo is bekend dat tot op vandaag de taaleisen van de Vlaamse beweging in de Brussele rand academisch ondersteund worden door zeer dubieus historisch werk over het ontstaan van de taalgrens in de Romeinse tijd en de Middeleeuwen. De meerderheid van de huidige archeologen van de Vlaamse universiteiten incluis de democratische krachten baseren zich op Duitse fascistoide analyses van archeologen. Onze vriend Mon Steyaert riep binnen cap op tot “communautaire afstandelijkheid” met het argument “dat de taalgrens als 2000 jaar (!) vastligt” Dat is een mythe.”
Kameraad Verbeke verdenkt zelfs de democratische krachten dat zij zich baseren op de Duitse fascistoïde analyses van archeologen. Zover is mijnheer Verbeke in zijn redenering plat op de buik gegaan voor de unitaristische Belgische elitaire francofonie. Bedenk aangaande deze materie bij uzelf eens grondig, hoe u als inwoner van de stad Gent uw eigen culturele afkomst verloochent, mijnheer Verbeke. Wanneer u het heeft over de taalgrens in de Romeinse tijd en de Middeleeuwen, dan is dat nog altijd geen bewijs dat het gewone volk (ik veronderstel dat u, mijnheer Verbeke, nog tot het gewone volk behoort, en niet tot de Francofonische elite) in die tijd de grote massa van het volk geen Nederlands zou spreken.
“Ik pleit niet om de taalwetgeving met veel bombarie in de vuilbak te smijten. Ik pleit ook niet om die als basis te beschouwen voor onze cultuurpolitiek.”
Dit is een manier om op een slinkse wijze de belangen van de Franstalige cultuurimperialisten en denkwijze ter dienste te zijn. En dat vanwege een Vlaamse inwoner van de stad Gent. Want de Franstalige cultuurimperialisten denken aan niets anders dan het verschuiven van de taalgrenzen, hetgeen in praktijk betekent dat gedeelten van het Vlaams Gewest geannexeerd kunnen worden door Brussel. In het bijzonder door BRUXELLES.
“Anderzijds iets in Brussel-Halle-Vilvoorde (taalcursussen, dialoog-initiatieven en promotie van tweetaligheid zodat ieder zijn taal kan spreken) met voortzetten van debat over tegenstrijdige standpunten binnen CAP over de taalwetgeving en over oproepen zoals de Gravensteenoproep.”
Als we het goed lezen, moeten er taalcursussen Frans-Nederlands en Nederlands-Frans worden georganiseerd om dialooginitiatieven en promotie van tweetaligheid zodat ieder zijn taal kan spreken. Maar een mens met exacte aandacht heeft kunnen lezen dat de heer Verbeke hier uitgaat van het Brussels stadsgewest én het Vlaamse arrondissement Halle-Vilvoorde. Nergens staat er te lezen dat die taalcursussen zouden doorgaan in bijvoorbeeld het Waalse arrondissement Nijvel, of andere Waalse arrondissementen. Dus met andere woorden, kameraad Verbeke stelt zich ten dienste van de Franstalige culturele annexatiepolitiek van de Brusselse bourgeoisie. Hij vertrekt in zijn denkwijze van tweetaligheid -ik citeer letterlijk- “Anderzijds iets in Brussel-Halle-Vilvoorde”. Een volledige 100% collaboratie met de Franstalige elitaire cultuurimperialisten. Dat is spijtig genoeg de Vlaamse coördinator van C.A.P. Op het congres van C.A.P. In oktober 2007.



aan Anja Deschoenmacker (LSP/MAS),

Mag ik u vragen waarom u zich als Vlaamse journaliste in uw partijblad Socialistisch Links regelrecht voor 100% achter het cultuurimperialisme van de francofonie in de Vlaamse rand rond Brussel schaart. U hanteert de stellingwijze van de francofonie van het FDF en de andere Franstalige partijen dat de Brusselse Vlaming in het tweetalig gebied (Brussels Hoofdstedelijk Gewest) gelijk gesteld wordt aan de Franstalige inwijkelingen in Vlaams-Brabant, die het bewijs zijn van Franstalig cultuurimperialismedoor zich al ruim 70 jaar het grondgebied van Vlaanderen niet te willen respecteren, terwijl de Vlamingen in Wallonië en eveneens de Duitstaligen in Wallonië dat steeds gedaan hebben.
Ik citeer hier letterlijk uw artiekel in Socialistisch Links:
“Vlamingen in Brussel en Wallonië, Franstaligen in de Brusselse rand en in Vlaanderen, Duitstaligen in Wallonië en Franstaligen in de Duitstalige regio. Dwang veroorzaakt enkel bittere tegenstand. Ook de rechten van migranten -op vlak van taal, maar ook inzake onderwijs en andere diensten- moeten in de grondwet ingeschreven worden.
Neem nu Brussel-Halle-Vilvoorde (BHV), het symbooldossier bij uitstek. Gelijk welke “oplossing” -splitsing en/of uitbreiding van Brussel- is er geen indien geen rekening gehouden wordt met de rechten van de minderheid die er zich bevindt. Enkel indien minderheden hun rechten gegarandeerd zien, kan een oplossing gecreëerd worden die ten goede komt aan iedereen, i.p.v. Ene pseudo-oplossing die het verder woekeren van de tegenstellingen, de pesterijen en het communautair opbod gewoon verderzet, maar in een andere constructie dan vandaag.”
Mevrouw Deschoenmacker, staat u wel met uw beide voeten op de grond? Want bij het lezen van uw artikel kan men tot geen ander besluit komen, dan dat u in een schijnheilig-naïeve droomwereld leeft.



aan de Sven Naessens (ABVV-afgevaardigde Total en medeinitiatiefnemer van de petitie voor een sterke federale sociale zekerheid),

Ik zou even willen terugkomen op hetgeen u op het congres van C.A.P. in oktober 2007 stelde inzake sociale zekerheidsproblematiek. Wanneer u spreekt over sociale zekerheid, waarom spreekt u dan niet over het feit dat een invalide met personen ten laste, terugvallend op een volledige loopbaan in het verleden, minimum 44,19 euro x 26 = 1.148 euro per maand ontvangt. Dat terwijl de topkaders uit de private sector en ambtenaren niveau 1 zomaar eventjes 73,37 euro x 26 = 1.907 euro per maand krijgen.
Minimum pensioenuitkeringen voor een gezin van 1.148 euro per maand terwijl b.v. ambtenaren niveau 1 2.000 à 3.000 euro of meer ontvangen per maand. Waar is de solidariteit dan, mijnheer Naessens? Hierover hebt u met geen woord -maar dan ook met geen woord- gesproken op het C.A.P.-congres, maar wel over de solidariteit met de Waalse ontvanger van de hoogste sociale uitkeringen.



Jean-Pierre Roosens

Poster Onderwerp
Anonymous
Gepost: 2008/4/23 17:29  Ge?ted: 2008/4/23 17:29
 Re: Antwoord van Jean Roossens
Ik snap die gasten van Meervoud en andere nationalisten niet: in Brussel spreekt minder dan 9 % nederlands en uit een enquete vqn de VUB blijkt dat daarvan slechts 16 % zichzelf als vlaming ziet. Ook bij de franstaligen is het plaatje ingewikkeld: slchts iets meer dan de helft van de franstaligen spreekt thuis enkel frans. Noch bij de vlaamstaligen, noch bij de franstaligen is er een meerderheid die bij vlaanderen, wallonie wil aansluiten. Kortom: de brusselaars voelen zioch brusselaar/belg. Laat de democratie spreken en de inwoners van de betrokken steden en gemeenten beslissen wat ze willen.

Poster Onderwerp
J-D-N
Gepost: 2008/4/24 0:08  Ge?ted: 2008/4/24 0:08
Voor een andere politiek!
Lid sinds: 2007/9/27
Van:
Aantal posten: 18
 Re: Antwoord van Jean Roossens
Quote:
Ik snap die gasten van Meervoud en andere nationalisten niet
Ik snap jullie Belgisch-nationalisten van de PVDA evenmin. In alle landen steunen jullie nationale emancipatiebewegingen, maar in Blgië zelf gaan jullie meestappen in extreem-rechtse betogingen zoals die van 18 november 2007.

Quote:
Ook bij de franstaligen is het plaatje ingewikkeld: slchts iets meer dan de helft van de franstaligen spreekt thuis enkel frans. Noch bij de vlaamstaligen, noch bij de franstaligen is er een meerderheid die bij vlaanderen, wallonie wil aansluiten. Kortom: de brusselaars voelen zioch brusselaar/belg.
Deze logica is werkelijk lachwekkend!! Aangezien zo'n 40% van de Brusselaars noch Nederlands noch Frans als tweede taal heeft, zouden zij zich ineens Brusselaar of Belg gaan voelen. Voelen de Duitsers zich dan ook Brusselaar? Want zij spreken ook geen Nederlands of Frans.

Poster Onderwerp
J-P_R
Gepost: 2008/7/8 0:09  Ge?ted: 2008/7/8 0:09
Voor een andere politiek!
Lid sinds: 2008/5/5
Van:
Aantal posten: 4
 Re: Antwoord van Jean Roossens
Vavli, bij mijn weten staat de Belgische federale staatsstructuur vast in het gedachtengoed van uw partij PVDA.
In de Belgische grondwet staat duidelijk geschreven, en daar kan geen misverstand over zijn, dat in het Waals Gewest (met uitzondering van de 9 Duitstalige gemeenten) de Franse taal de enige officiëel taal is. In de 9 Duitstalige gemeenten (de Duitstalige Gemeenschap) wordt het Duits als officiële taal erkend. In het Vlaams Gewest erkent de Belgische grondwet het Nederlands als enige officiële taal. Enkel in het tweetalige Brussels Hoofdstedelijk Gewest worden zowel Frans als Nederlands grondwettelijk erkend. En Vavli, een VUB-enquete over het percentage Nederlandstaligen, heeft gewoonweg geen enkel belang en doet niet terzake in het kader van de Belgische federale grondwettelijke structuur. Tweetaligeheid is tweetaligheid voor het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. Tweetaligheid in Brussel, die door de Vlamingen nooit ter discussie gesteld werd, alleen al de laatste 40 jaar, maar van Franstalige zijde wél. Denk maar aan de vele geneesheer-specialisten die in de zogenaamd “tweetalige” ziekenhuizen hun Nederlandstalige patiënten niet in het tweetalig stadsgewest Brussel te woord kunnen staan (“dierengeneeskunde”, heet zoiets). Het zijn dus niet de Nederlandstaligen, maar de Franstaligen die het communautaire op de spits drijven in Brussel!
Ik herhaal nogmaals: de Belgische federale grondwettelijke structuur, die de PVDA bij mijn weten steeds verdedigd heeft tegenover de (zogenoemde) Vlaamse separatisten in jullie unitaristisch denkdogma. Om het kort te houden zou ik zeggen: “Vavli, wees consequent met jullie eigen dogma op dat punt.”

Poster Onderwerp
janb
Gepost: 2008/4/24 14:01  Ge?ted: 2008/4/24 14:01
CAP rules!
Lid sinds: 2007/3/14
Van:
Aantal posten: 291
 Re: Antwoord van Jean Roossens
Ik wil hier kort even reageren op wat J-P Roosens hierboven zegt aan het adres van vakbondsdelegée Sven Naessens.

Roosens stelt de verschillen in pensioenen tussen verschillende sectoren aan de kaak. Het klopt dat iemand met een handicap en met personen ten laste minder pensioen heeft dan een topambtenaar of een kaderlid uit de privésector. Maar wat heeft dit te maken met het federale karakter van de sociale zekerheid? Dit heeft alles te maken met onrechtvaardigheden in de pensioenstelsels.

Niemand van CAP of van andere echte progressieve partijen zegt dat het juist en rechtvaardig is dat bepaalde personen minder pensioen hebben? Er moet juist een opwaartse harmonisatie komen voor iedereen in heel België en in heel de EU!

In zijn laatste zinnetje aan het adres van Sven Naessens gaat J-P Roosens ook zeer kort door de bocht en maakt hij zich net als de NV-A en het Vlaams Belang schuldig aan anti-Waals racisme. Uit de woorden "de Waalse ontvanger van de hoogste sociale uitkeringen" leid ik in elk geval een enorm misprijzen af voor onze collega's, vrienden, werkmakkers uit het zuiden van ons land.

Poster Onderwerp
J-D-N
Gepost: 2008/5/5 21:46  Ge?ted: 2008/5/5 21:46
Voor een andere politiek!
Lid sinds: 2007/9/27
Van:
Aantal posten: 18
 Re: Antwoord van Jean Roossens
Ik hoef natuurlijk niet in naam van Jean-Pierre te antwoorden, maar zou toch hetvolgende willen toevoegen.

Het feit dat Sven Naessens zich zorgen maakt over de eventuele regionale ongelijkheid van de uitkeringen, maar geen vinger uitsteekt naar de ongelijkheid BINNEN eenzelfde regio, vind ik wraakroepend.
Als men zegt dat men niet solidair zijn met een Vlaamse kapitalist, dan wordt dit op applaus onthaald. Wanneer men zegt dat men niet solidair wil zijn met een Waalse kapitalist, dan zou dit racisme zijn? Een beetje serieus blijven, aub!!
Volgens jou zou ik solidariteit moeten tonen met een Waalse kapitalist, enkel omdat hij een Waal is? Is dat het nieuwe socialisme?

Poster Onderwerp
janb
Gepost: 2008/5/5 22:31  Ge?ted: 2008/5/5 22:31
CAP rules!
Lid sinds: 2007/3/14
Van:
Aantal posten: 291
 Re: Antwoord van Jean Roossens
aan J-D-N:

Wie zegt dat Sven Naessens geen vinger uitsteekt naar de ongelijkheid binnen eenzelfde regio? Serieus blijven hé. Ongelijkheid is er overal, in Vlaanderen, Brussel, Wallonië, België, de EU, de wereld, etc... De kernvraag is: hoe bestrijdt je ongelijkheid? Mijns inziens niet door de sociale zekerheid te gaan regionaliseren. Je bestrijdt ongelijkheid door die sociale zekerheid zo sterk en zo ruim mogelijk te maken. Dat is trouwens de kern van het pleidooi van syndicalisten als Sven Naessens.

Waar staat geschreven of waar is gezegd dat we solidair moeten zijn met een Waalse kapitalist? Ik heb sterk de indruk dat jij hier een karikatuur maakt van de argumenten van zij die opkomen voor het federaal houden van de sociale zekerheid.

Poster Onderwerp
J-P_R
Gepost: 2008/7/8 0:07  Ge?ted: 2008/7/8 0:07
Voor een andere politiek!
Lid sinds: 2008/5/5
Van:
Aantal posten: 4
 Re: Antwoord van Jean Roossens
Kameraad janb, u beschuldigt mij hier van “anti-Waals racisme” op basis van het feit dat ABVV-afgevaardigde (Total Antwerpen) Sven Naessens een betoog houdt voor solidariteit binnen de Belgische staatsstructuur.
Kameraad janb, deze ABVV-afgevaardigde houdt een betoog voor solidariteit binnen de Belgische federatie, en rept dan met geen woord -maar dan ook geen woord- over de onmenselijke en asociale verschillen in maandelijkse uitkeringen (bij volledige loopbaan, wel te verstaan) bínnen diezelfde sociale zekerheid. Hij houdt een uiteenzetting op het C.A.P.-congres van oktober 2007 dat in Wallonië wel meer werkloosheidsuitkeringen worden uitgekeerden maar dat in het Vlaams Gewest meer mensen van tijdskrediet gebruik maken. Dat hoeft eigenlijk niet ter sprake te komen, want iedereen weet dat de werkloosheid in Wallonië hoger ligt dan in Vlaanderen, en het is als dusdanig ook logisch dat het tijdskrediet door de RVA meer wordt uitgekeerd in Vlaanderen dan in Wallonië, daar in het Vlaams Gewest procentueel uitgedrukt meer mensen aan het werk zijn in verhouding met het totaal bevolkingsaantal van het Vlaams Gewest. Maar de heer Naessens heeft niets -maar dan ook niets- gezegd over de ongelijkheid binnen de sociale zekerheid. Wanneer iemand een betoog houdt over deze maatschappelijke materie en daadwerkelijk niet spreekt over deze ongelijke uitkeringen van pensioenen en invaliditeit, dan moet u, kameraad janb, op dat moment toch tot de conclusie komen (laat ons toch niet naïef wezen) dat het voor ABVV-afgevaardigde Sven Naessens niet belangrijkis dat er asociale en onmenselijke verschillen zijn in de maandelijkse uitkeringen van de sociale zekerheid (zoals in de sector pensioenen en invaliditeit).
Indien op dit ogenblik de uitkeringsgerechtigingscijfers in de statistieken van de RVA het omgekeerde zouden zijn van de huidige tussen Vlaanderen – Brussel en Wallonië, dan zou de heer Sven Naessens conform zijn redenering (en zijn uiteenzetting op het C.A.P.-congres van oktober 2007), het normaal vinden dat de solidariteit er in eerste instantie één zou zijn met de Vlaamse ontvanger met de hoogste sociale uitkeringen.
U schrijft: “Wie zegt dat Sven Naessens geen vinger uitsteekt naar de ongelijkheid binnen dezelfde regio?”. Wel, kameraad janb, indien ABVV-afgevaardigde Naessens dit van plan zou geweest zijn, dat was het C.A.P.-congres daarvoor het uitgelezen ogenblik om ook dit aan te halen. Maar de betrokken ABVV-afgevaardigde heeft daar met geen woord -maar dan ook geen woord- over gerept. Dat is de waarheid, kameraad janb, en alle aanwezigen op het C.A.P.-congres van oktober 2007 kunnen dit getuigen.

Kameraad janb, alvorens u woorden gebruikt zoals “anti-Waals racisme” tegenover andere leden van de C.A.P., zou u uw politiek-maatschappelijke kennis en/of bagage wat moeten opkrikken. Want de reactie die u op de webstek van C.A.P. vermeldt, bewijst dat uw algemene politeke kennis van een erg naïef-laag niveau is. Want op dit ogenblik, in de praktijk, is het zo dat de uitkeringen van pensioenen en invaliditeit in eerste instantie terecht komen bij de Waalse ontvanger met de hoogste sociale uitkeringen. En dat kunt u niet ontkennen, kameraad janb. Of redeneert u in eigen eenzijdig dogma, dat grosso modo gelijkloopt met de redenering van eenzijdige dogma's die de N-VA en het Vlaams Belang erop nahouden? Maar dan wel te verstaan in een belgicistisch unitaristisch eenzijdig dogma. Dus wederom een bewijs dat uw politiek-maatschappelijke inzichten van een zeer laag niveau zijn. En als dusdanig ook logisch dat u op mijn schrijven (tot het laatst van 05/05/2008) maar voor 5% een reactie hebt gegeven (betoog ABVV-afgevaardigde Sven Naessens) en de resterende 95% van mijn schrijven die handelt over het cultuurimperialisme gewoonweg negeert. En dat geldt voor het hele C.A.P.-bestuur.
Van politeke geloofwaardigheid gesproken, kameraad janb. Als je de poltieke moed hebt, geef dat tenminste een reactie op het cultuurimperialisme van grosso modo de meerderheid van de Franstalige gemeenschap tegenover de Nederlandstalige Vlaamse gemeenschap en de Duitstalige gemeenschap, in het bijzonder in het arrondissemnt Halle-Vilvoorde en de gemeente Voeren binnen de Belgische federatie.
Maar wanneer men de webstek van C.A.P. erop naleest, zal iedereen kunnen vaststellen dat kameraad janb en het hele C.A.P.-bestuur er een “CAP-omerta” op nahoudt. Zo ver is het met C.A.P. gesteld dat men er dezelfde praktijken op nahoudt die in gebruik zijn in de dagelijkse praktijk bij de Italiaanse maffia bijvoorbeeld. Spijtig genoeg moet iedereen die er de webstek van de C.A.P. op naleest tot de bevinding komen dat er op de Franstalige webstek van C.A.P. geen woord terug te vinden is over het feit dat een een C.A.P.-lid het thema aanhaalt van het Franstalig cultuurimperialsme. Laat dit een bewijs zijn voor de omerta-partijpoliteke strategie van C.A.P.. Nogmaals een niet geloofwaardige politeke van de C.A.P..

Samenvattend zou het C.A.P.-bestuur moeten beseffen dat een politieke partij zich met meer moet bezighouden dan louter met hetgeen ik gemakshalve “traditionale leuke zaken” in dat jargon noem. Ik denk aan koopkracht, unitaristische solidariteit, vakbondsactiviteiten aan de basis in bedrijven,... Niet dat deze vermelde thema's niet belangrijk zijn in onze maatschappelijke samenleving, maar dit laatste is slechts een onderdeel van een partijpoliteke strategie. Ook bijvoorbeeld het thema dat ik aangehaald heb van het cultuurimperialisme bij een groot deel van de Franstalige partijpolitek, is een problematiek die samen met milieu, enz... moet ingecalclueerd worden in de partijpoliteke strategie van de C.A.P.. Zo niet, ziet de toekomst van de C.A.P. er niet zo rooskleurig uit, om het zacht uit te drukken...

Oud-KP-boegbeeld Jef Turf (toenmalige KP-voorzitter Vlaamse Vleugel) -me dunkt toch geen Vlaams-nationalist met fascistisch ideeëngoed in zijn hoofd?- tikte via een perspublicatie de voorzitter van zijn vakbond, het ABVV, op de vingers. O.m. in samenwerking met het ACV heeft die vakbond opgeroepen een zogenaamde “solidariteitspetitie” te ondertekenen tegen de zelfstandigheid van Vlaanderen en Wallonië. Ik citeer letterlijk een paar slotvragen van de oud-KP-leider:
“Waarom schaart mijn vakbond zich solidair achter het front van belgicistische nationalisten, met aan kop koning, kapitaal en Franstalige bourgeoisiemiddens die heimwee hebben naar de periode dat zij Vlaanderen konden koloniseren? Die territoriale eisen formuleren tegenover Vlaanderen en die en passent Brussel willen annexeren?”

Als slot zou ik het volgende schrijven willen toevoegen daar ik op mijn eerste schrijven (zo'n 2 maand geleden) van de C.A.P. geen enkele reactie gekregen heb. Een duidelijk bewijs dat bij de C.A.P. een omerta-mentaliteit heerst zoals bijvoorbeeld in Italië bij sommige bevolkingslagen, daar het volgende essentiëel is, ongeacht de partijpolitieke stelling die iemand inneemt, kaderend in de Belgische federale grondwettelijke structuur waar de C.A.P. bij mijn weten toch niet vijandig tegenover staat.

Ik zou willen verwijzen naar een krantenartikel uit De Standaard “Vzw Rand mag nieuwkomers onthalen” van 28 februari 2008. Het bewijst dat de Franse Gemeenschap zich niet houdt aan de Belgische wetgeving, meer bepaald aan de Belgiche staatsstructuur. De Raad van State heeft de Franse Gemeenschap in het ongelijk gesteld, maar ook het Grondwettelijk Hof van België heeft de Franse Gemeenschap in het ongelijk gesteld. Het is goed om weten dat het Grondwettelijk Hof bestaat uit zes Nederlandstalige/Vlaamse én zes Franstalige rechters.

Ik citeer uit het artikel:
“De Raad van State vernietigde ook, voor de zoveelste maal, een stel subsidiëringsbesluiten van de regering van de Franse Gemeenschap en van de Franse Gemeenschapscommissie in Brussel (Cocof). Die gaven geld aan vzw's die actief zijn in de Vlaamse Rand.

De juridische argumentatie voor beide vernietigingen is dezelfde: de Franse Gemeenschap is niet bevoegd op te treden op het grondgebied van Vlaanderen. De Vlaamse regering had om die vernietiging verzocht. Ze ligt helemaal in de lijn van een arrest van het Grondwetelijk Hof uit 2000, dat de Franse Gemeenschap verbood geld uit te geven voor de “bescherming van de Franstalige minderheden in de randgemeenten en in Voeren”.”

Daarnaast wil ik erop wijzen dat ik op mijn brief (zie: “Brief vanuit de Brusselse Rand”) nog steeds geen reactie gekregen heb. Een brief die ik shriftelijk naar het Nationaal Bestuur van C.A.P. gestuurd heb op 25 oktober 2007, en die ik voorgelegd heb op de vergadering rond dit thema van het Nationaal Bestuur op 16 februari 2008. Een vergadering waarop alle Franstalige C.A.P.-bestuursleden weigerden aanwezig te zijn. En de aanwezige Nederlandstalige C.A.P.-bestuursleden zijn eigenlijk niet ter zake ingegaan op het feit van het Franstalig cultuurimperialisme in de rand rond Brussel (arrondissement Halle-Vilvoorde) en de gemeente Voeren.

Poster Onderwerp
J-P_R
Gepost: 2008/12/24 17:15  Ge?ted: 2008/12/24 17:15
Voor een andere politiek!
Lid sinds: 2008/5/5
Van:
Aantal posten: 4
 Re: Antwoord van Jean Roossens
Beste kameraad janb,
Is het feit dat u nog steeds geen antwoord gegeven hebt, om uw beschuldiging van "anti-Waals racisme" te verduidelijken, tekenend voor uw politiek engagement?



ps. Raf, is uw medestrijder politiek in slaap gevallen?

Poster Onderwerp
J-P_R
Gepost: 2008/5/5 21:36  Ge?ted: 2008/5/5 21:36
Voor een andere politiek!
Lid sinds: 2008/5/5
Van:
Aantal posten: 4
 Re: Antwoord van Jean Roossens
Als ik nog twee zaken mag toevoegen...

Ik zou willen verwijzen naar een krantenartikel uit De Standaard “Vzw Rand mag nieuwkomers onthalen” van 28 februari 2008. Het bewijst dat de Franse Gemeenschap in België zich niet houdt aan de Belgische wetgeving, meer bepaald de Belgische staatsstructuur.
De Raad van State heeft de Franse Gemeenschap in het ongelijk gesteld, maar ook het Grondwettelijk Hof van België heeft de Franse Gemeenschap in het ongelijk gesteld.
Het is goed om weten dat het Grondwettelijk Hof bestaat uit zes Nederlandstalige/Vlaamse rechters, plus zes Franstalige rechters.

Ik citeer uit het artikel:
“De Raad van State vernietigde ook, voor de zoveelste maal, een stel subsidiëringbesluiten van de regering van de Franse Gemeenschap en van de Franstalige Gemeenschapscommissie in Brussel (Cocof). Die gaven geld aan vzw's die actief zijn in de Vlaamse Rand.

De juridische argumentatie voor beide vernietigingen is dezelfde: de Franse Gemeenschap is niet bevoegd op te treden op het grondgebied van Vlaanderen. De Vlaamse regering had om die vernietiging verzocht. Ze ligt helemaal in de lijn van een arrest van het Grondwettelijk Hof uit 2000, dat de Franse Gemeenschap verbood geld uit te geven voor de 'bescherming van Franstalige minderheden in de randgemeenten en in Voeren.”



Daarnaast wil ik erop wijzen dat ik op mijn brief (zie “Brief vanuit de Brusselse Rand” hierboven) nog steeds geen reactie gekregen heb. Een brief die ik schriftelijk naar het Nationaal Bestuur van C.A.P. gestuurd heb op 25 oktober 2007, en die ik voorgelegd heb op de vergadering rond dit thema van het Nationaal Bestuur op 16 februari 2008. Een vergadering waar alle Franstalige C.A.P.-bestuursleden weigerden op aanwezig te zijn. En de aanwezige Nederlandstalige C.A.P.-bestuursleden zijn eigenlijk niet ter zake ingegaan op het feit van het Franstalige cultuurimperialisme in de rand rond Brussel (arrondissement Halle-Vilvoorde) en de gemeente Voeren.

Une réaction de votre part est toujours bien venue et salutations distinguées.

Jean-Pierre Roosens

Poster Onderwerp
Raf
Gepost: 2008/3/17 20:07  Ge?ted: 2008/3/17 20:07
CAP rules!
Lid sinds: 2007/3/7
Van:
Aantal posten: 635
 Studie

Poster Onderwerp
lima
Gepost: 2008/3/16 14:49  Ge?ted: 2008/3/16 14:49
Regelmatige commentator
Lid sinds: 2007/12/2
Van:
Aantal posten: 29
 Re: Debat over de nationale kwestie
Wel JDM,

Uw reactie ivm een genormeerd Nederlands heeft me aangespoord om advies in te winnen bij bronnen die geschiedkundig ideaal geplaatst zijn om daarover een correct oordeel te vellen.

Ziehier wat de geschiedenis ons daarrond leert.




De driedubbele mythe.

Volgens Vlaams-nationalisten zou vanaf 1830 héél België verfranst én centralistisch zijn geweest. De verfransing zou bovendien planmatig door de overheid opgelegd zijn.


Deze stellingen strookt niet met de realiteit. België was geen Jacobijnse, maar net een heel gedecentraliseerde staat. Men moet hierbij ook niet uit het oog verliezen dat in de 19de eeuw het vanuit praktisch oogpunt onmogelijk was een zeer centralistisch beleid te voeren. De beperkte communicatiemiddelen lieten de centrale overheid niet toe om meteen overal tussen te komen. In de praktijk gebeurde dit hoe dan ook niet en beschikten de provincies en steden over een ruime autonomie. De verfransing was weliswaar volledig in het gerecht, het onderwijs, de hoge administratie en in het leger, maar op gemeentelijk, stedelijk en provinciaal niveau was Frans niét de enige bestuurstaal.



Maar er is meer. Het huidige schijnbaar sacrosancte karakter van taal in de Belgische politiek maakt een objectieve geschiedenis van de Nederlandse taal in Zuid-Nederland schijnbaar onmogelijk. Tot de 15de eeuw bestonden de Nederlanden uit graafschappen, prinsdommen, hertogdommen enz. die nu eens allianties aangingen en dan weer oorlog met mekaar voerden. Het spreekt vanzelf dat er gedurende die periode zich geen standaardnederlands ontwikkelde. Vanaf het einde van de 11de eeuw dook het Middel-Nederlands of het "Nederduits" op in de administratie en in de literatuur. Van de 12de tot en met de 15de eeuw valt eenzelfde tendens op. De streektaal in de administratie werd vervangen door het Frans. Het Latijn bleef de belangrijkste taal voor de wetenschappen en voor het onderwijs en soms ook voor binnenlandse bestemmelingen (bijvoorbeeld: edelen). Toch werd ook het Latijn teruggedrongen voor het Frans. Vooral het Graafschap Vlaanderen, wiens prins ook leenheer was van Frankrijk, was onderhevig aan verfransing.



In de 15de eeuw werden de Nederlanden eengemaakt door de Bourgondiërs die aan het Hof en in binnenlandse betrekkingen Frans gebruikten, vooral in het Graafschap Vlaanderen, waarmee ze gewoon de traditie van de graven voortzetten. Ook de centrale Bourgondische organen waren Franstalig. De steden drongen er wel meer en meer op aan hun streektaal te gebruiken, wat ze overigens al deden voor de Bourgondische periode.



De reden dat er zich voor de 20ste eeuw geen Nederlandse eenheidstaal ontwikkelde is feitelijk erg eenvoudig.Taal als politiek instrument werd pas relevant vanaf het moment dat de staten centralistischer werden. De boekdrukkunst, de ontwikkeling van de pers, van standaardtalen speelden allen een rol hierin. Maar net voor het moment dat taal belangrijker werd, scheurden de Nederlanden in twee (eind 16de eeuw). Vanaf de 17de eeuw groeiden Noord-Nederland en de Zuidelijke Nederlanden taalkundig uiteen. De Noordelijke Nederlanden beschikten vanaf de 17de eeuw (Statenbijbel, 1637) over een standaardtaal (met een grammatica, spelling, woordenschat enz.), de Zuidelijke niet. In Noord-Nederland werd het Nederlands de taal van de centrale besturen, van de Staten-Generaal en in zekere mate ook van de Kerk (protestantisme). In de Habsburgse Bondsstaat die de Zuidelijke Nederlanden waren, werd het Frans de dominante taal, gedurende de 17de en de 18de eeuw ook in de ondergeschikte besturen.



De taal van het Zuiden bleef versnipperd in gewestelijke varianten, wel is het zo dat er sedert de 15de eeuw een zeker Brabants overwicht was. In Loon echter werd dan weer een streektaal gesproken die eerder Rijnlands dan "Nederduits" was. Ook vandaag betogen overigens sommige filologen nog dat het Limburgs geen dialect, maar een autonome taal is. Alleszins was er in het Zuiden geen geestelijke, noch staatsdragende klasse die het Nederlands hanteerde. De economische neergang van de Zuidelijke Nederlanden (in de 18de eeuw) heeft deze taalheterogeniteit uiteraard zeker niet weggewerkt, integendeel. In een Antwerpse brief d.d. 1793 gericht aan Leiden bekloeg een geleerde bisschop zich over: "de gebrekkigheid van onze tot hiertoe niet gefixeerde taal, die zo verschillend is van provincie tor provincie, van stad tot stad". Dat is precies wat het Voorlopig Bewind in 1831 zou zeggen. Kortom: er wàs in de Zuidelijke Nederlanden eind 18de eeuw gewoonweg geen eindheidstaal.



De Franse bezetting deed op taalgebied Noord-Nederland nog meer van het Zuiden vervreemden. Het Zuiden, België kreeg een waar terreurregime opgelegd: het Nederlands werd gebannen, niet alleen uit alle besturen, maar ook uit de pers en het toneel. De taal verarmde enorm in de periode van 1795 tot 1815. Het omgekeerde was waar voor Noord-Nederland. De Bataafse Republiek (1795-1806) en het Koninkrijk Holland (1806-1813) waren vazalstaten van Frankrijk waar het Frans niet werd opgedrongen (enkel van 1810 tot 1813 maakte Noord-Nederland formeel deel uit van Frankrijk). De revolutionaire ideeën hadden hier een andere weerklank dan in België en leidden net tot een doorgedreven uniformisering van schrijfwijze en spelling.



In 1815, toen het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden op het Congres van Wenen ontstond, verstonden de Nederlandstalige Belgen de Noordelijke taal niet bijster goed. Dagbladartikeks moesten omgezet worden naar een meer vertrouwde, Zuid-Nederlandse spelling (die dan nog niet eens vastgelegd was). Koning Willem was hiervan op de hoogte en maande de Grondwetscommissie eigenhandig aan om te voorzien in een nationale taal "Nederduits, zijnde Hollands (Nederlands), Vlaams of Brabants". Natuurlijk groeiden op zekere niveaus de Vlaamse, Brabantse, Limburgse streektalen en het Hollands naar elkaar toe, maar tot een versmelting kwam het gedurende die 15 jaar zeker niet.



Toen België in 1830 onafhankelijk werd, was er geen Nederlandse standaardtaal voor wat de zuidelijke provincies betrof. Er was zelfs geen eenheidsspelling, die zou er enkel komen omdat de Belgische overheid daar opdracht toe zou geven. Sommige Vlaamsgezinden vonden dat er een Belgisch-Nederlands moest komen, om de eigenheid van België te benadrukken. Anderen streefden een taalunie met het noorden na. Weer anderen, streekparticularisten zoals Guido Gezelle, wilden hun streektaal (i.c. het West-Vlaams) beschermen. De hogere kringen in héél België – langs beide zijden van de taalgrens – waren verfranst. Sedert de Oostenrijkse, maar uiteraard vooral sedert de Franse tijd (1793-1815) was het Frans de taal van de elite, niet alleen bij ons, maar in heel Europa. Het zijn inderdaad, en dit is een belangrijke bemerking, de Franse republikeinse revolutionairen die het concept dat een staat één taal moest hebben in onze streken geïntroduceerd hebben. Gedurende de hele 19de en een deel van de 20ste eeuw heeft de leidende Belgische burgerij dit concept overgenomen. Paradoxaal genoeg vinden Vlaams-nationalisten vandaag dat "Vlaanderen" een taal/cultuurhomogene staat moet zijn en dat zo'n staten béter werken, terwijl de Vlaamse Beweging in zijn geheel tot aan WO I het tegendeel heet beweerd.



In 1830 kondigde het Voorlopige Bewind taalvrijheid af. De overheid was niet geïnspireerd door een Frans-revolutionaire idee. De taal moest niet de staat zijn of vice versa. Integendeel, de Belgische revolutionairen knoopten aan met de Zuid-Nederlandse tradities: de centrale besturen werden Franstalig (met twee- of zelfs drietalige vertalingen), maar aan de provincie- en gemeentebesturen werd vrijheid toegekend, evenals aan magistraten en notarissen. De burgerij (langs beide zijden van de taalgrens) koos hier echter veelal – maar niet altijd (cf. gemeente- en provinciebesturen) – zoals in het Ancien Regime voor de streektaal of voor het Noord-Nederlands maar wel voor de taal van de Verlichting, die het Frans was. Hierin ligt de werkelijke oorzaak van de verfransing. Uiteraard spelen het feit dat de revolutie net tegen Noord-Nederland (ergo: met de bezetter ook zijn taal) plaatsgevonden had, en het gegeven van de Franse revolutie dat de centrale staat best in één taal bestuurd werd (dat dan ook nog eens, we herhalen het, aanknoopte bij de tradities van de Zuidelijke Nederlanden) een rol in het feit dat de taal van de hogere administratie het Frans werd. Het ontbreken van een Zuid-Nederlandse eenheidstaal maakte het trouwens de facto onmogelijk om in 1830/31 een andere oplossing te verzinnen[1].



Kortom, wat men ook moge beweren, in 1830 was België een gedecentraliseerde eenheidsstaat, die gedeeltelijk (maar niet volledig) Franstalig was, waarbij de idee van een Franstalig België geen "staatsidee" ab origine was, maar een idee van de opkomende burgerij.



[1] Men leze hierover WILS, L., Waarom Vlaanderen Nederlands spreekt, Leuven, 2001, p. 26-39.

Poster Onderwerp
J-D-N
Gepost: 2008/4/22 23:06  Ge?ted: 2008/4/22 23:06
Voor een andere politiek!
Lid sinds: 2007/9/27
Van:
Aantal posten: 18
 Re: Debat over de nationale kwestie
Beste lima,

Nu moet je mij toch eens komen uitleggen wat je bedoelt met "er was geen gestandardiseerd Nederlands in de Zuidelijke Nederlanden". Die zin slaat inhoudelijk namelijk op niets! Is er een standaardtaal, of is ze er niet?
Iedere taal bestaat uit een resem dialecten, varianten, etc... die allemaal tot dezelfde taal behoren. In vele gevallen is één van die varianten de standaardtaal. In het geval van het Nederlands is dat het "Algemeen Nederlands". Die taal is in de 17e eeuw tot stand gekomen in Holland, maar met een zeer grote inbreng van Vlaamse en Brabantse migranten. Die standaardtaal bestond dus wel degelijk. U mag honderd keer de geschiedenis ontkennen (ik waarschuw u, ontkennen van delen van de geschiedenis is juridisch een gevaarlijke bezigheid), toch kan u er niet an onderuit dat er een standaardnederlands bestond in 1830. Evenmin kan u eraan onderuit dat een onvervalst racistisch regime (België) in dit standaardnederlands een gevaar zag voor haar heerschappij.
Dit standaardnederlands was in de Zuidelijke Nederlanden dan misschien wel niet de taal van de administratie en het gerecht, maar u kan onmogelijk beweren dat "er geen standaardnederlands was in de Zuidelijke Nederlanden". Als ik dezelfde logica als u zou gebruiken, is er dan ook geen standaardfrans in Québec of Wallonië, maar enkel in de Île-de-la-Cité??


Dat u geen iota gesnapt hebt van het Vlaams-nationalisme, bewijst u nog maar eens door te beweren dat het Vlaams-nationalisme een taalhomogene staat zou nastreven. De laatste Vlaams-nationalist die nog in dergelijke cultuurflamingantisch-romantische zever geloofde, ligt al zeker 100 jaar onder de grond. Vlaanderen zal geen taalhomogene staat zijn. Al was het maar omwille van de paar honderdduizend Franstalige Brusselaars. De Vlaams-nationale strijd draait om het ontmantelen van een racistisch regime.

Poster Onderwerp
lima
Gepost: 2008/3/9 10:58  Ge?ted: 2008/3/9 10:58
Regelmatige commentator
Lid sinds: 2007/12/2
Van:
Aantal posten: 29
 Re: Debat over de nationale kwestie
VAN VOLKSVERDEDIGER NAAR VOLKSVERRAAD .


Van de Vlaamse strijd kan men zeggen dat (indien men die in zijn historische categorie plaatst waarin hij thuishoort) die ondubbelzinnig en duidelijk gerechtvaardigd was.

Er is een tijd geweest waarin de zich van verschillende Vlaamse dialecten bedienende bevolking in België als tweederangsburgers werden beschouwd.
De eersterangsburgers waren toen de zich van het Frans bedienende Bourgeoisie zowel in het zuiden als het noorden van het land, het waren dus niet zozeer de Vlamingen an sich die niet geacht werden maar wel zij die zich enkel maar in één van de Vlaamse dialecten konden uitdrukken.
De burgerij en de vrije beroepen, de adel, de klerikale wereld zowel als de wetgevende en uitvoerende machten bedienden zich immers allen van het Frans als onderlinge omgangstaal.
Het Frans had zich vooral dank zij de oprichting van de academie Française verspreid als het universele communicatiemiddel par excellence. Deze academie Française had zich als doel gesteld klaarheid te brengen in de Franse taal en het was zij die bepaalde wat voortaan als correct Frans
beschouwd zou worden.
Voor het eerst beschikte men zo over een officieel genormeerde levende taal.
Dit Frans zou daardoor algauw de internationale voertaal worden op het Europese vasteland.
Wie aldus deze taal beheerste beschikte over een bij uitstek geschikt instrument om in economisch, sociaal en politieke middens zijn eigen positie te onderhandelen.
De erbarmelijke levensomstandigheden maakten het voor de verpauperde en vooral agrarisch en proletarische bevolking in Vlaanderen quasi onmogelijk om hun positie op enigerlei wijze via de geijkte kanalen tot verbetering te brengen omdat immers alle administratie in het Frans verliep.
Het was dus noodzakelijk dat het Nederlands als officiële taal doorgang zou vinden bij de overheid, het onderwijs, de ambtenarij enz.opdat ook uniek Nederlandstalige Vlamingen de kansen zouden krijgen waarvan tot dan toe enkel Belgen die het Frans beheersten konden genieten.
In het zuiden van het land had de gewone bevolking het voordeel reeds van nature uit Franstalig te zijn waardoor zij deze extra sociale strijd niet hoefden te voeren.

De taalstrijd is dus niet een strijd geweest van Walen tegen Vlamingen zoals men in nationalistische kringen graag doet uitschijnen maar vooral een sociale strijd om erkenning van het Nederlands als officiële taal om zodoende iedere Belg waarlijk elkaars gelijke te maken.

De omstandigheden zijn heden ten dage geheel anders, de revolutionaire waarheid van gisteren is vandaag triviaal geworden.
De strijd is gestreden,aan alle rechtgeaarde eisen is voldaan.
De Vlaamse beweging kan de boeken met een gerust hart dicht doen en tevreden terugkijken op een bewonderswaardig parcours.

Intussen heeft er zich echter een verontrustende escalatie voorgedaan binnen deze Vlaamse beweging. Deze escalatie lijkt permanent van aard en voltrekt zich schijnbaar ongemerkt.
Een nefast soort flamingantisme stak de kop op, dit flamingantisme uit zich niet langer als de verdediger van de Vlaamse zaak binnen het Belgisch (federaal) bestel maar heeft een uitgesproken vijandige houding aangenomen tegen alles wat maar van ver of dichtbij enig verwantschap heeft met België.
Ondanks het onbetwistbare successtory van het Belgische natieproject (met een levensstandaard en kwaliteit die tot de beste ter wereld behoren) hebben zij het zich tot doel gemaakt om splinter voor splinter en op doordachte maar onverantwoordelijke wijze onze voorbeeldige welvaartstaat tot op de
grond af te breken.
Deze intussen geïnstitutionaliseerde en dus machtig geworden stroming laat niet na om zonder ophouden continue uitingen van ergernis ,nestbevuiling, subjectief afgeschilderde feiten gelardeerd met vrijblijvend ongenuanceerd en theoretisch gebazel de wereld in te sturen.
Voor deze geraffineerd ten uitvoer gebrachte maar sterk manipulatieve propagandastroom gebruiken zij de intussen slaafs, want van hen afhankelijk geworden massamedia (waarin ze trouwens verschillende niet onbelangrijke machtsposities verworven hebben).
Terzelfder tijd geven zij aan de hand van onrealistische mooie voorstellingen en het opdringen van valse verwachtingen blijk van een ongelooflijke naïviteit en een lichtgelovig optimisme ten overstaan van hun Vlaamse onafhankelijkheidsstreven, het zijn symptomen van hun overdreven en
ongegrond zelfvertrouwen.
Alle heil voor de al dan niet sterk uitvergrote of dikwijls zelfs imaginaire problemen eigen aan België ligt in deze repetitief eenvoudig voorgestelde oplossing.
Over de onvermijdelijke neerwaartse welzijnsspiraal dat dit alles met zich mee zou brengen rept men met geen woord, alle nadelen worden verloochend, verdrongen of geprojecteerd op anderen, conflicten worden achtereenvolgens gecreëerd, gepolariseerd en ten slotte geëscaleerd tot uiteindelijk het rauwe separatisme naar voor wordt geschoven.
Via deze ingeoefende en tot gewoonten verworden politieke manoeuvres beïnvloeden en vergiftigen ze zo de publieke opinie in Vlaanderen.
Aan de hand van deze subtiel opgezette maskerade sporen ze er de bevolking heimelijk toe aan om onbewust toe te geven aan het onderhuidse egoïsme aanwezig in ieder van ons.
Dit is echter alleen maar mogelijk doordat men dit egoïsme niet als dusdanig ervaart, het werd immers bij voorbaat al gelegitimeerd door allerlei schijnrechtvaardigheden.

Dat het verbreken van de gezamenlijk opgebouwde en in stand gehouden nationale solidariteit onvermijdelijk zal leiden tot een algehele verarming van de gehele bevolking is nochtans een vaststaand feit.

Een belangrijk deel van de Vlaamse beweging anno 2007 zou men in de huidige context dus beter kunnen omschrijven als Vlaamse Volks Bedrog.
Alle initiële eisen uit hun ontstaansperiode (en meer) zijn intussen
realiteit geworden.
Het ontspoorde eisenpakket van de huidige dag heeft niets meer te maken met de Vlaamse zaak op welke manier dan ook.
De sociale anomalieën die aanleiding waren voor de oprichting van de beweging lijken pervers genoeg diegenen te zijn die ze nu met hand en tand
verdedigen.

Poster Onderwerp
J-D-N
Gepost: 2008/3/15 0:36  Ge?ted: 2008/3/15 0:36
Voor een andere politiek!
Lid sinds: 2007/9/27
Van:
Aantal posten: 18
 Re: Debat over de nationale kwestie
Quote:
De eersterangsburgers waren toen de zich van het Frans bedienende Bourgeoisie zowel in het zuiden als het noorden van het land, het waren dus niet zozeer de Vlamingen an sich die niet geacht werden maar wel zij die zich enkel maar in één van de Vlaamse dialecten konden uitdrukken. De burgerij en de vrije beroepen, de adel, de klerikale wereld zowel als de wetgevende en uitvoerende machten bedienden zich immers allen van het Frans als onderlinge omgangstaal. Het Frans had zich vooral dank zij de oprichting van de academie Française verspreid als het universele communicatiemiddel par excellence. Deze academie Française had zich als doel gesteld klaarheid te brengen in de Franse taal en het was zij die bepaalde wat voortaan als correct Frans beschouwd zou worden. Voor het eerst beschikte men zo over een officieel genormeerde levende taal.
Een minimum aan talenkennis zou je deugd doen. Het Nederlands had in 1830 zeker een genormeerde taal. Het Nederlands werd immers gebruikt voor het onderwijs, de justitie, de administratie, etc... in de Verenigde Nederlanden. Zowel het gestandardiseerde Nederlands als het gestandardiseerde Frans dateren van eerste helft 17e eeuw. Het is m.a.w. larie om te beweren dat men in 1830 niet anders kon dan te kiezen voor het Frans. Men heeft daarentegen net de Nederlandstalige scholen in Vlaanderen gesloten, en vervangen door Franstalige. Het valt dus niet te ontkennen dat hier sprake was van een grootschalige, centraal geleide en doelbewuste culturele genocide. Anders kan ik het niet verwoorden.
Het is door jouw bende “separatisten” (of ben je vergeten dat de Belgische staat het gevolg was van separatisme?) dat er een project op stapel gezet is, dat niets minder wilde dan de totale uitroeiing van het Nederlands in Vlaanderen.

Quote:
De taalstrijd is dus niet een strijd geweest van Walen tegen Vlamingen zoals men in nationalistische kringen graag doet uitschijnen
U kent dus duidelijk niets van nationalisme. Het Vlaams- en Waals-nationalisme is gericht tegen de Belgische staat, en tegen het (anti-Vlaamse en anti-Waalse) racisme en imperialisme dat zij belichaamt. Ten bewijze daarvan, verwijs ik naar de gezamelijke verklaring van de Vlaams-Socialistische Beweging en de Rassemblement Populaire Wallon:
http://www.meervoud.org/index.php?blz=blog&p=149

Quote:
De strijd is gestreden,aan alle rechtgeaarde eisen is voldaan. De Vlaamse beweging kan de boeken met een gerust hart dicht doen en tevreden terugkijken op een bewonderswaardig parcours.
En jij bepaalt welke eis gerechtvaardigd is, en welke niet? Heeft niet ieder volk het recht op haar eigen politieke organisatie? Zelfs als daarvoor de Belgische staat moet ontmanteld worden!
Op dit eigenste moment worden Tibetaanse manifestanten neergekogeld omdat jouw soort imperialisten praat over “niet-rechtgeaarde eisen”. Worden Basken door Madrid geterroriseerd omdat jouw soort imperialisten praat over “niet-rechtgeaarde eisen”. Worden Koerdische dorpen door het Turkse leger platgebrand omdat jouw soort imperialisten praat over “niet-rechtgeaarde eisen”.

Quote:
Een nefast soort flamingantisme stak de kop op, dit flamingantisme uit zich niet langer als de verdediger van de Vlaamse zaak binnen het Belgisch (federaal) bestel maar heeft een uitgesproken vijandige houding aangenomen tegen alles wat maar van ver of dichtbij enig verwantschap heeft met België.
Ik behoor tot “dat soort flamingantisme”. Het is ontegensprekelijk mijn bedoeling de Belgische staat “splinter voor splinter tot op de grond af te breken”. Daar maak ik geen geheim van.
Aangezien de Belgische staat een patronaal, ondemocratisch, racistisch en imperialistisch project is, acht ik het de plicht van ieder socialist om mee te werken aan die ontmanteling van de Belgische staat.

Quote:
Via deze ingeoefende en tot gewoonten verworden politieke manoeuvres beïnvloeden en vergiftigen ze zo de publieke opinie in Vlaanderen.
Als jij de emancipatie van volkeren als “vergif” aanziet, dan zegt dat genoeg over jouw imperialisme.

Poster Onderwerp
Raf
Gepost: 2008/3/3 12:24  Ge?ted: 2008/3/3 12:24
CAP rules!
Lid sinds: 2007/3/7
Van:
Aantal posten: 635
 nogmaals link

Poster Onderwerp
Raf
Gepost: 2008/2/27 11:06  Ge?ted: 2008/2/27 11:06
CAP rules!
Lid sinds: 2007/3/7
Van:
Aantal posten: 635
 gravensteengroep
debat op indymedia over gravensteengroep
Onze Europa Quiz
Eerstkomende activiteiten
Citaat voor het nieuwe jaar!
Keiharde Cijfers
New Members
AnneDG 2010/6/22
Danny 2010/6/11
annickdw 2010/6/6
Mie 2010/6/1
Who's Online
10 gebruiker(s) zijn on-line (7 gebruiker(s) zijn op Nieuws)

Leden: 0
Gasten: 10

meer...
Login
Gebruikersnaam:

Wachtwoord:


Wachtwoord vergeten?

Registreer u nu!
Aantal bezoekers

Statistieken