Raoul Marc Jennar is dokter in de politieke wetenschappen en gewezen onderzoeker bij Oxfam solidariteit België. In september 2007 moest hij wegens professionele redenen Frankrijk verlaten, waar hij geen werk meer vond als gevolg van zijn steun voor de presidentiële kandidatuur voor José Bové. Hij vertrok naar Cambodja waar de regering hem een post voorstelde. Een ook al begenadigd spreker stelde ons zijn boek voor "Quelle Europe après le non?"
Sommige woorden kan je beter niet vertalen, het Franse vocabularium heeft z’n eigen frivoliteit en soi. Wat dacht u van "une mission messianique", "le confuseur de conscience" of "batteur" als koosnaampjes voor tsaar Nicolas. En voor een gebalde uitspraak is hij ook niet verlegen. Zo duidde de spreker de media als "l'apparat de mise en conscience le public, les moutons" en Europa als "l'Europe malgré le peuple, ou contre le peuple". Kortom, was het al niet taalkundig een interessante avond, een heldere ontrafeling van het Europese project ontrolde zich.
Jennar begon met een uiteenzetting over de Europese Grondwet en het verdrag van Lissabon. In 2 Europese landen is er een referendum over de Europese Grondwet geweest en telkens werd het weggestemd. In 4 andere Europese landen was er nog een referendum gepland, maar dat heeft men dan maar stilletjes in de ijskast gezet. Daarna volgde 2 jaar reflectieperiode, en je zou kunnen zeggen, goed, er komt debat. Maar nee, de partizanen van de ja-stemmers ontmoetten de ja-stemmers en omgekeerd. Barosso vond het niet de moeite om eens naar Frankrijk te gaan praten met de leiders van de "non-voteurs" als daar zijn Olivier Besançenot, Yves Salesse of Marie-George Buffet, ook Nederland liet hij "wijselijk" links liggen. Ook in de media orchestreerde men de ja-stem, en veel gewoon volk werd niet betrokken. En zo is er een Europa ondanks de mensen, tegen de mensen. Zij die tegen Europa zijn en voor een ander Europa werden genegeerd.
En dat terwijl wijlen François Mitterand nog pleitte voor een verdieping en daarna een uitbreiding. In het nieuwe verdrag van Lissabon zit er niets extra in voor de democratie, het sociale Europa, of het milieu. Natuurlijk krijgt de economie en de vrijhandel nog wat extra spijs. In Brussel volgde dan het kantelpunt voor de Europese Grondwet die herdoopt werd in een verdrag. Op zich was dat een grote overwinning voor de Franse linkerzijde zoals de LCR en de PCF, maar zij hebben dat in de verkiezingscampagne niet genoeg uitgebuit. Want het vastbetonneren van al die marketing in een grondwet is veel verregaander dan een verdrag. Merkel speelde een belangrijke rol in deze op het eerste zicht gunstige evolutie. De grootste fout van het hervormingsverdrag is dat men evenwel niet een schema traceerde om tot een identiteit te komen.
Het hervormingsverdrag is een slecht leesbare kopie van de Europese Grondwet. Het vestigt in Europa een vrijhandelszone die dan als een grote markt wordt ingevuld. De inhoud is alles behalve vooruitgang, integendeel. Er werd een stukje toegevoegd over de religieuze erfenis van Europa als bron voor de universele rechten, de vrijheid, de democratie, de gelijkheid en de emancipatie van de vrouw. Vanaf de kruistochten tot aan de houding in de tweede wereldoorlog, iedereen moet zelf maar oordelen. Vooral de Ieren en de Polen drongen aan op deze paragraaf. Dat terwijl Jacques Chirac zich lang verzette tegen deze zinspeling.
Als we het hervormingsverdrag vergelijken met de universele verklaring van de rechten van de mens gaan we erop achteruit. Waar dat laatste het nog heeft over de sociale en collectieve rechten, is het hervormingsverdrag daar alvast uiterst nihil over. Er is wel wat voorruitgang geboekt zodanig dat het Europees parlement nu wat meer stemrecht krijgt in plaats van adviesrecht. Maar ze kan nog altijd niet stemmen over de inkomsten van de begroting.
En zo spelt Barosso Rusland en Chavez, die de democratie in hun eigen land fnuiken, graag de les, terwijl diezelfde moraalridder hoeder is van het ondemocratische Europa. Nog een voorbeeld van deze praktijken is het exclusief initiatiefrecht van de Europese Commissie. Zo werd tot 6 keer toe door de raad en het parlement gevraagd om iets op stellen rond de openbare diensten, maar het werd evenveel keer niet, nada, nein, non, no, nicht. Ook al omdat er volgens het Europees commissieclubje geen gelijksoortige vertaling zou zijn van dit onderwerp. De Europese commissie heeft dan ook het enige initiatiefrecht in Europees verband.
Er is dus een politiek nodig voor een democratisch Europa om de neoliberale politiek tegen te houden. En niet zoals men nu constant wetgeving van 150 jaar geleden uit een aantal landen aan het ophevelen is om er een soort "ancien regime" van te maken. Ook een scheiding van de machten, voorwaarde voor een democratische staat is er niet.
De aanpassing van artikel 4 in het hervormingsverdrag is effectief. "de vrije concurrentie zonder belemmeringen" werd vervangen door "een economie met vrijhandel waar de concurrentie vrij is". Een andere formulering, maar geen nood, een protocol over het verdrag moet preciseren dat "de interne markt een systeem garandeert waar de concurrentie niet beperkt is."
Wat ook eigenaardig is, dat de Europese Bank niet onder controle staat van, we zeggen maar een Europese commissie. Daarmee is ze uniek in de wereld. Ook de Europese defensie schaart zich volledig in de strategie van de Nato, vergeet dus een onafhankelijk Europees beleid.
Als laatste interessante punt schetste Jennar nog eens de verhoudingen met de rest van de wereld. Een dikwijls pretentievolle en arrogante houding. Rond het onderwerp duurzame ontwikkeling is het beter te spreken van de duurzame ontwikkeling van de bedrijven die zich delocaliseren om daar hogere winsten op te strijken, bijvoorbeeld in de lage dollarlanden. En dan ook onze kersteningsdrang om ons democratisch model, ons ontwikkelingsmodel, onze rechten van de mens eens te gaan propaganderen in de wereld. Onze handelsbarrières ter bescherming van onze toegevoegde waarde, de vrij economische markt weet u wel, worden met mondjesmaat opgeheven door de Europese Commissie. En het is vooral Jacques Delors, een Franse socialist die dat alles mee mogelijk maakte.
Men doet niet aan politiek in een bepaald domein, maar om dat domein te liberaliseren en meteen ook de politiek uit te schakelen, de politiek dient uiteindelijk om de toegenomen onveiligheid te controleren. De spreker deed nog een oproep tot politieke educatie en het opschalen van het beste wat de Europese landen op verschillende domeinen te bieden hebben in een wettelijk kader, daar hoeft geen budget tegenover te staan. Op het einde van de uiteenzetting herhaalde hij nog al vaak eens "rien ne va changer".
Maar was ons dat een heerlijke avond met een gelijkgezinde kameraad.